13. apr, 2020

Voor je het weet

 

En dan ga ik het niet over het virus hebben, hoewel het  als rode draad wel door het verhaal heen loopt omdat onze manier van leven, voor dat we het wisten, totaal is veranderd.
Vorige week zondag was het voor het eerst dit jaar weer een mooie dag om erop uit te trekken. En daar komt de rode draad van het virus al voor de dag. Je kunt nergens naar toe, alles is gesloten. Gelukkig kunnen we in hier Drenthe nog een beetje bewegen zonder binnen de voorgeschreven straal van anderhalve meter van elkaar te komen.
We besluiten ondanks dat ik het druk heb met verhuizen er een dagje met de fiets op uit te trekken. Yvonne maakt een lunchpakket voor onderweg, omdat we niet zoals we gewend zijn ergens kunnen neerstrijken voor een broodje kroket of een uitsmijter en ik breng de fietsen op orde. We maken een mooie tocht door het, in het voorjaar ontluikende bos, waarin we ook een mooi plekje vinden om onze krukjes neer te zetten voor de lunch. Er is niemand te zien en behalve de kwetterende vogels en de zachtjes ruisende wind door de naaldbomen is er ook niets te horen.
Na een tocht van zo’n vijftig kilometer komen we langs het huis van Yvonne waar zij stopt en ik de laatste acht kilometer naar mijn huis alleen verder fiets. Na zo’n twee kilometer, dus nog zes kilometer van huis, begint de fiets plots heel zwaar te fietsen en zie ik op het display dat de accu leeg is. Hij geeft nul aan, hoewel hij de laatste keer dat ik erop keek, nog voor zeventig procent gevuld was. En ik kan je wel vertellen dat, zelfs al is het maar zes kilometer, het fietsen op een elektrische fiets met een lege accu best zwaar is.
De dealer beloofd mij de volgende dag aan de telefoon over twee weken langs te zullen komen (de fiets zit nog in de garantieperiode) om hem te repareren.
De rest van de week houd ik me dus maar weer bezig met m’n verhuizing.
Als ik op een morgen, na het ontbijt, m’n schoenen aan zit te trekken word ik opgeschrikt door een harde knal tegen het raam van de terrasdeuren. Wanneer ik naar buiten kijk zie ik twee jonge merels op hun rug op het terras liggen. Waarschijnlijk al spelend in hun prille leventje onbezonnen tegen het, hun nog onbekende fenomeen ‘glas’ aangevlogen. Als ik buiten ga kijken constateer ik dat ze allebei dood zijn en zo ben je dus voor je het weet een paar vogels aan het begraven.
Maar dit, hoewel heel triest, even tussendoor.
Gisteren was het weer een mooie dag met voorspellingen van zo’n twintig graden en meer, dus weer een dag om er even een paar uurtjes op uit te trekken. Het is eerste Paasdag, een dag waarop wij normaal genomen vanwege de drukte meestal thuis blijven, maar nu is alles anders. Een fietstochtje zit er helaas niet in, die nog staat te wachten op de dealer voor een reparatie. We halen de cabrio van stal voor z’n eerste toertje dit jaar. En weer maakt Yvonne de lunchpakketjes klaar voor onderweg terwijl ik de auto op orde breng. Wassen en poetsen is vorige week al gedaan dus dakje open en hij is rijklaar. De bedoeling is een niet te verre tocht met onderweg een lunch op een mooi plekje op de heide in het zonnetje.
Nog maar zo’n vijftien kilometer van huis trap ik de koppeling in om terug te schakelen, maar helaas zonder effect. Om te voorkomen dat de auto het kruispunt oprijdt wat we naderen druk ik het pookje van de versnelling snel in de vrij stand en komen we tot stilstand op een kruising in het centrum van Oosterhesselen. Hij is niet meer in de versnelling te krijgen en het enige wat erop zit is hem naar de overkant van de weg te duwen om hem daar in de berm te parkeren.
Na de ANWB te hebben gebeld, die ons beloven er binnen twee uren te zullen zijn, kijken we eens rond wat te doen in de tussentijd. Een restaurant zit er niet in, alles is gesloten, maar aan de overkant van de straat staat een picknicktafel in een klein parkje langs de weg. Er zit niemand dus besluiten wij het snel te veroveren. Met onze nieuwe leefvorm van anderhalve meter zou dit zijn uitgesloten als er al mensen zaten. We besluiten de lunch te gaan gebruiken aan deze tafel, soepje, broodje ei en een glaasje sap. Na een uurtje aan de picknicktafel te hebben gezeten, genietend van de lunch, de twee ooievaars die precies boven de cabrio een nest boven in de boom hebben en gezellig zitten te kwetteren en het langstrekkende verkeer, voor negentig procent cabrio’s die allemaal voorbij ‘rijden’ komt de man van de ANWB.
Na een half uurtje van, op, in en onder de cabrio te hebben gewerkt komt hij met de trieste mededeling, ‘ik kan jullie niet verder helpen, de auto zal moeten worden afgesleept naar een garage of jullie huis, zeg het maar.’ Wij zeggen even niets.
Na nog een half uurtje wachten bij de picknickbank komt de sleepauto en wordt de cabrio opgeladen. Volgens de nieuwe leefregels zouden we achter op de laadbak in de cabrio moeten zitten maar de chauffeur vindt het goed, nadat wij en ook hij hebben bevestigd, niet verkouden of grieperig te zijn, mogen we in de cabine. Na eerst de auto naar de garage te hebben gebracht, waar ik hem voor de deur zet en de sleutel met een briefje door de brievenbus schuif, het is tenslotte eerste Paasdag, brengt de chauffeur ons netjes naar huis (wát een service, ANWB en sleepbedrijf de Jong uit Hoogeveen).
Eenmaal weer thuis lopen we op ons gemak naar de snackbar in het dorp (één van de weinige zaken die open zijn) en genieten op gepaste afstand van meer dan anderhalve meter van andere mensen van een ijsje.
En zo is het voor dat je het weet een Pasen geworden om nooit te vergeten.

13-04-2020
Aad Lubbe