5. nov, 2019

Korte termijngeheugen

 

Of een dagje ouder worden, dat kan ik mezelf af gaan vragen bij het volgende verhaal.
Het deed zich wel gisteren voor, maar voordat ik het vergeet schrijf ik het toch maar even op.
Ik heb m’n auto volgeladen met dozen en die zitten dan weer vol met spullen, die van het huis waar ik nu nog woon naar mijn nieuwe huisje moeten worden gebracht.
De makelaar komt vanmiddag zelfs met 2 kijkers die interesse hebben in deze mooie plek, zodat ik toch wel zo’n drie uren weg moet blijven om de rondleiding niet te verstoren.
Ik ga eerst naar m’n nieuwe huisje om de dozen uit te laden en berg gelijk alle spullen op in de kasten die ik daar al heb neergezet. Nadat ik de lege dozen weer in de auto heb gezet om ze opnieuw te vullen ga ik naar Emmen om een aantal boodschappen te doen. Ik heb mezelf voorgenomen vandaag naar de Turkse winkel te gaan om mijn kruidenassortiment aan te vullen evenals mijn bonen en bulgur voorraad.
Hiervoor moet ik wel naar een winkelcentrum waar ik al enkele jaren niet meer ben geweest. Voorheen deed ik hier al mijn boodschappen. Dus na mijn boodschappen te hebben gedaan bij de Turk (ook nog een paar van die grote verse knofloken), ga ik naar de Aldi.
Al bij binnenkomst mis ik het verse brood wat normaal genomen gelijk bij de ingang staat. Alle vitrines voor het brood zijn weg waar ik een beetje van baal, omdat ik nu geen vers brood kan kopen. Mijn gedachte is, dat ze wel zullen gaan verbouwen wat tegenwoordig vaak gebeurd in winkels van de Aldi en het brood alvast is verwijderd. Als ik verder ga met mijn boodschappen ontdek ik veel dingen die op andere plekken staan of er zelfs helemaal niet meer zijn.
Op mijn ontdekkingsreis door deze opstelling kom ik langs een medewerker die artikelen aan het bijvullen is. Ik vraag hem naar de reden waarom alles is verplaatst in de winkel, waarop hij mij lachend aankijkt en zegt van niets te weten, zolang hij hier werkt, al zo’n drie jaar, staat alles al zoals het nu staat. ‘Nou ja hij gek of ik gek’ denk ik en ga verder met de zoektocht naar mijn boodschappen.
Even later kom ik een oud collega tegen in de winkel en na een wederzijds ‘hallo en leuk je te zien, dat is lang geleden’ raken we aan de praat over van alles en nog wat, tot Jan, zo heet de man, mij vraagt hoe het met mijn vader gaat en ik wederom denk ‘is hij nou gek of ben ik het.’ Nadat dit probleem is opgelost, hij heeft míjn vader niet gekend maar een andere vader en dacht dus ook dat ik een andere ik was die ik ook niet ben, gaan we vrolijk verder met ons gesprek. Zijn excuses aanvaardend dat hij al tachtig is.
Na een vrolijke afronding van ons gesprek en een ‘het ga je goed, we zien elkaar wel weer’, ga ik verder met de zoektocht naar m’n boodschappen. Ik kom ook weer langs de medewerker die de vakken staat te vullen en zeg hem dat alles dan misschien al jaren staat zoals het staat maar dat de gedroogde uitjes die ik wil pakken nooit achter zijn palletwagen met dozen stonden, beter nog, volgens mij heeft die palletwagen hier ook nooit gestaan. Daarin had ik helemaal gelijk zei hij en vrolijk gingen beiden verder met ons ding, hij met vullen op de voor mij nieuwe plekken en ik met mijn zoektocht. Vlak voordat ik bij de kassa ben kom ik Jan weer tegen en kan het niet laten hem te vragen of het brood al lang weg is en al die artikelen in de winkel al jaren zo staan. ‘Ik zou niet anders weten Aad en ik kom hier al jaren.’
Als ik eenmaal bij de kassa sta en al mijn gevonden boodschappen op de band heb liggen en nog eens goed om me heen kijk vind ik in mijn zoektocht door mijn geheugen ook nog wat terug.
Ik ben nog even snel naar de man die aan het vullen is gelopen en hem verteld dat het maar een momentje was. Al die winkels lijken ook zó op elkaar.

Aad Lubbe