30. jun, 2019

Even verbaasd

 

De afgelopen jaren ben ik steeds vaker bezig met het opruimen van overbodige spullen. En ik moet zeggen dat  mij dat aardig lukt. Je moet er wel voor in de mood zijn, maar er zijn van die momenten dat ik van drie dozen één weet te maken, of dat ik een kar weet vol te laden met overbodige materialen, die ik al vele jaren bewaar om er ooit nog iets moois van te willen maken en naar de gemeentelijke afvalstortplaats breng. Er is nog genoeg op te ruimen en te werken in de tuin, zoals enkele dode bomen omzagen en een kar oud ijzer wegbrengen maar ik heb alles even lekker gelaten en ben er samen met Yvonne even twee weekjes op uit getrokken met het campertje. De eerste week in de buurt van Nijmegen i.v.m. de verjaardag van de kleindochter en een bezoek aan een camping van een neef van mij die deze samen met zijn vriendin een aantal maanden geleden heeft overgenomen van haar vader die zich zelf te oud vond worden voor al dit werk. De man is rond de zeventig en ik vind dat hij groot gelijk heeft. Nadat we een rondleiding over de camping hebben gehad begrijp ik het helemaal, hier kom je niet meer uit in je ééntje als je die leeftijd hebt. Op de camping staan een aantal door gasten achter gelaten en vervallen caravans met daarom heen bergen oude tuinmeubels en vervallen voortenten. Er staan een paar houten huisjes met een onderhoudsachterstand van vele jaren en ook het snoeiwerk op het terrein vraagt een flinke aanpak. Als we in de broeikas van een paar honderd vierkante meter komen (de man heeft vroeger een tuinplantenbedrijf gerund op het perceel) blijf ik even verbaasd staan kijken van wat ik allemaal zie. Een grote stapel stalen bedden, enkele honderden oude stoelen, oude deuren, kasten vol met serviesgoed van diverse restaurants en zelfs een groot aantal kasten. Dit alles tweedehands opgekocht voor de uitbreiding van de camping en als reserve voor als er ooit iets stuk zou gaan. Verder ligt er overal materiaal op de vloer verspreid tot zelfs een bandenpers om vrachtwagenbanden te wisselen. Als de neef vertelt dat hij al maanden aan het ruimen is en dit allemaal nog weg moet, krijg ik wel een beetje medelijden met hem en z’n schoonvader maar voel me blij met het minimum aan overtollig materiaal wat ik nog heb op te ruimen.
Na een paar dagen met plezier op deze camping te hebben gestaan gaan we door naar een camping net buiten Hilvarenbeek waar we neerstrijken om een paar dagen met de fiets de omgeving te verkennen en op zaterdag te eindigen met een bruiloftsfeest van een kameraad waar we dan op de fiets naar toe kunnen gaan en een borreltje kunnen drinken.
Op één van de fietsdagen staan we bij het hek van een, zo te zien, restaurant (we zien enkele stoelen en tafeltjes en een groot bord met een reclame van een lokaal bier tegen de muur). We staan hier omdat er voor het hek een bord staat met een informatiekaart van de fietspaden. En de reden dat we voor het bord staan is, dat we een beetje verdwaald zijn op onze route. Terwijl wij dit onderzoeken (Yvonne zegt rechts en ik zeg links) komt er een vrouw op een scootmobiel aangetuft en vraagt ons vriendelijk of wij het kunnen vinden, waarop ik ja kan antwoorden omdat we er net uit zijn. Het is niet rechts en ook niet links maar we moeten gewoon rechtdoor. Als Yvonne aan de vrouw vraagt of het terras open is en of we er iets kunnen drinken, zegt ze, ‘als jullie dat willen dan kan dat.’ We vinden dit wel een beetje een apart antwoord, maar dat past ons wel en we volgen de vrouw die zich heeft voorgesteld als Berdie, het terrein op. Bij het terrasje aangekomen nodigt zij ons uit te gaan zitten en vraagt ons wat we willen drinken. Zo’n lokaal gebrouwen biertje (wat zij ons ook aanbeveelt) past ons wel en Berdie gaat met haar scootmobiel naar de keuken om de drankjes voor ons op te halen. We hebben met z’n drieën een gezellige babbel over de ontwikkeling van deze plek wat een Cultuurboerderij blijkt te zijn, die ze een beetje in een zelfde soort proces heeft opgebouwd, samen met haar man, als ik mijn stulpje in Drenthe heb opgebouwd.
Na het uitwisselen van ons verleden onder het genot van een lokaal (Beers) biertje nodigt Berdie ons uit nog even de rest van hun terrein en boerderij te bekijken.
De Cultuurboerderij verbaast ons door de sfeer die is ontstaan door de inrichting. Het is één bonte verzameling van tweedehands goederen. Tafels, stoelen, schilderijen, kannetjes, kopjes, glazen en een antieke bar. De vloer bestaat uit diverse maten en kleuren antieke plavuizen. Op onze vraag of er op de zolder nog iets is (in de hoek is een trap naar boven) zegt ze ons maar even te gaan kijken. Zijzelf kan de trap niet op. Boven gekomen blijven we weer eens even verbaasd staan kijken naar wat we allemaal zien. Een grote zolder strekt zich voor ons uit, volgepakt met stellingen en kasten waar in en op, alles wat je je maar kunt bedenken staat uitgestald. We zijn wel een half uur bezig de zolder rond te lopen om alles wat er staat een beetje oppervlakkig te bekijken. Je kunt hier als je wilt, net als in een museum wel een aantal uren dwalen en je terug verplaatsen tot in je jeugd door  herkenning van alle oude artikelen.
Als we ook de theatertuin waar het ons zeker de moeite waard lijkt om een keer een concert bij te wonen en de vakantiehuisjes zijn rond geweest, waar overal wel iets van vroeger staat, nemen we afscheid van Berdie en zijn een geweldige ervaring rijker.
Als ik die zondag thuis kom en over m’n landgoed loop, ben ik even verbaasd van wat ik allemaal niét meer zie en zeg ik tegen mezelf, ‘Goed bezig Aadje, bijna klaar met opruimen.’

Aad Lubbe