Verhaaltje van de maand

3. aug, 2018

Hoewel de afgelopen maand diverse zwarte wolkjes boven mijn leven zijn komen te hangen, wat misschien in een later stadium nog wel eens ter sprake komt, is ook hier al vele weken geen regen gevallen en ga ik het toch ook net als iedereen op dit moment over de zon hebben.
Apart daarvan wil ik nog wel even vertellen dat er vorige week, ’s morgens vroeg, een buizerd in de voortuin een duif totaal kaal heeft staan plukken, die hij waarschijnlijk uit de lucht gepikt heeft op een moment dat de duif even niet oplette zodat er alleen nog een berg veren op het grasveld is achtergebleven. Maar net als de zon is ook dit de natuur.
In de tijd dat er nog een groentetuin was had ik altijd een buffer regenwater (5000 liter) om in droge tijden de groente te sproeien. De groentetuin is niet meer zoals je waarschijnlijk weet, en lees anders maar even mijn eerste boek ‘Onderweg’ en dan het verhaal ‘De Kattentuin’.
Het boekje is te bestellen via de mail, maar daar hebben we het nu niet over en op dit moment ben ik zelfs ‘blij’ zonder een groentetuin.
De buffer water van 5000 liter om te sproeien is er nog wel, (althans, was er nog wel) maar na zes weken lang de kwetsbaarste planten in de tuin hun dorst te hebben gelest, om ze te laten overleven, is de buffer op.
De vijver staat droog, de varens zijn dood en het grasveld is volledig bruin. Ik moest gisteren metaal slijpen met de slijptol. Iets wat ik altijd buiten doe in verband met brand gevaar in m’n schuurtje waar vaak veel zaagsel op de vloer ligt. Deze keer heb ik er buiten ook maar even een teiltje water bij gezet. Maar het is goed gegaan.
De slaapkamers in het vakantiehuisje heb ik afgelopen week van ventilatoren voorzien daar het zelfs ‘s nachts niet meer afkoelt op de slaapkamers.
De planten die het water van de buffer hebben gekregen laten inmiddels ook de blaadjes hangen en worden al bruin, de zilverberken zijn al kaal en de Lindeboom heeft het zwaar te verduren.
Het enige water wat ik nog geef is in de schalen die ik neer heb gezet voor de vogels om te drinken en waarin ik ze ’s morgens en ’s avonds heerlijk zie badderen.
Afgelopen weekend was er regen voorspeld. Ter voorbereiding hiervan heb ik alle goten goed schoon gemaakt zodat het water in grote stromen in de vaten kon stromen om de buffer weer aan te vullen. Op een gegeven moment rond vijf uur in de middag werd de lucht inktzwart. Ik zeg tegen Yoro, de hond van mijn dochter, die bij me op visite was, ‘Hoera, het gaat zo regenen, we gaan eerst even uit voordat we straks in de regen lopen’. (Ik praat altijd tegen de dieren). We waren nog maar net terug toen een reusachtige storm opstak waarbij alle tuinstoelen door de lucht vlogen en een kastanjeboom als een luciferhoutje op anderhalve meter boven de grond afknapte. Maar regen dat kwam er niet en tot op heden nog niets en als ik de voorspellingen mag geloven blijft het ‘wachten op water’.
Eén plus is dat er deze zomer niet zo veel gras hoeft te worden gemaaid en dat ik gister alvast een beetje vooruit heb kunnen werken voor de winter. Ik heb al een paar karren vol blad op kunnen zuigen van het (gras) veld.        

Aad Lubbe

2. jul, 2018

 

 

Mosterdgeel & Grachtengroen, het zijn maar twee woorden, maar ik kan je wel vertellen dat zes potten verf best veel werk is om ze leeg te krijgen. Ze zijn leeg en de klus is zo goed als klaar. Nog één zijde van het huis moet worden gedaan. Dit laat ik echter zitten tot volgend jaar. Twee jaar geleden heb ik dit gedeelte van het huis nog volledig in de verf gezet en vind ik het zonde om dat nu al weer over te gaan schilderen. Zeker nadat het gezegde van een van mijn buurmannen ooit is geweest ‘ik zit niet op werk te wachten’ heb ik mezelf dat toen goed in de oren geknoopt.
Echter het project ‘Mosterdgeel & Grachtengroen is nog niet klaar. Als ik aan de opmerking van de buurman denk zou ik zeggen ‘laat maar zitten’ maar er zijn twee redenen om nog even door te gaan met schilderen. Het wil namelijk zo zijn dat mijn zoon Kay heeft besloten om zijn vakantie met de kinderen (mijn kleinkinderen) door te gaan brengen bij Opa op het landgoed in Valthe.
Nou ben ik niet zo’n Opa opa maar ik moet toegeven dat het toch leuker is als dat ik het me had voorgesteld om een band te hebben met je kleinkinderen.
Yvonne komt hier regelmatig met haar kleindochter Mayla, een meisje van vier, op visite en ook al ben ik niet de echte Opa, doet het je toch goed als zo’n meiske, Opa dit, Opa dat, Opa zus en Opa zo aan je vraagt.
Laatst nog, toen ze moest poepen zou Opa dat maar even moeten begeleiden.
Die opdracht heb ik toch maar aan Oma overgedragen.
In mijn tuin staat al een aantal jaren een schaftkeetje op wielen (noem het maar, zo’n pipowagen) met diverse functies waar tot op heden nog niet veel van terecht zijn gekomen. In de loop van de jaren dat hij daar staat, heb ik hem al twee keer geschilderd. Het enige waar het hutje op dit moment voor dient is de opslag van tuinstoelen en overtollig tuingereedschap. En door het verblijf in weer en wind, in de zomer zowel als de winter, gaat het hutje zienderogen achteruit. Iets wat mijn behoorlijk dwars zit.
Vorig jaar toen de kleinkinderen (Jay en Finn) een paar dagen op visite waren wilden ze in het hutje kijken en dacht ik ‘leuk dan kunnen ze het mooi als speelhuisje gebruiken’. Het hutje was al lange tijd niet open geweest en wat ik mij niet had gerealiseerd is dat, toen ik het hutje open deed er een erg muffe lucht naar buiten kwam en het hutje vol zat met grote zwarte spinnen, langpoten en de vloer vol lag met dikke zwarte dode vliegen. Dat was dus gelijk duidelijk, ze wilden niet eens meer binnen kijken en ook de dagen erna niet.
Het zit nog steeds in hun hoofdjes want toen ik ze laatst aan de telefoon had en ze vroeg of ze het leuk vinden bij Opa op vakantie te komen, zeiden ze volmondig ‘ja, als er maar geen spinnen zijn’. Ze zijn nu vijf jaar en wil ik nog een kans maken ze ooit het hutje als favoriet speelhuisje te zien gebruiken, moet ik het project Mosterdgeel & Grachtengroen nog even voortzetten. Ik ga deze week volledig besteden aan het schilderen van zowel de buitenkant als de binnenkant van het hutje, na het eerst grondig te hebben schoon gemaakt. En ik zal op de dag dat ze komen, nogmaals een strenge controle uitvoeren op dode vliegen en dikke spinnen.

Aad Lubbe 
       

1. jun, 2018

 

 

Op één van de eerste mooie dagen in mei besluiten we er maar eens lekker een dagje op uit te trekken.
De voorspellingen zijn temperaturen van boven de 20 graden en dus ideaal weer om met de cabrio een toertje te gaan maken.
Rond tien uur vertrekken we en is het zelfs al mogelijk om met open dakje te rijden, hoewel Yvonne haar hoofd nog wel even in een sjaaltje wikkelt tegen de wind die over de cabrio suist.
We gaan richting Waddenzee met bestemming het vissersplaatsje Termuntenzijl. Hier gaan we wel vaker naar toe om een lekker visje te eten en een wandeling of (tje) te maken over de dijk en door het haventje. Het is vandaag woensdag zodat de drukte wel mee zal vallen.
In het weekend kun je er beter niet naar toe gaan en wij verkeren in de luxe positie om dit soort tochtjes in de week te kunnen maken.
Al slingerend door het landschap en de dorpjes via de kleinst mogelijke wegjes gaan we van Drenthe naar Groningen en na een uurtje toeren zegt Yvonne wel trek te hebben in een kopje koffie met iets lekkers. Onze deal is dan altijd, zo gauw we dan een leuk restaurantje of een  terrasje zien dat ons bevalt stoppen we.
In dit geval komen we na een minuut of tien door het van ons aardgas bekende Slochteren en rijden langs de iets minder bekende Fraeylemaborg. Een statig optrekje in een parkachtig gebeuren. We zijn er nooit eerder geweest maar zien door het hek een lange oprijlaan met aan het einde hiervan een terras met parasols. Even verderop keren we de cabrio weer met de neus de andere kant uit en kijken waar we kunnen parkeren. De oprijlaan is niet toegestaan zien we, (die is alleen voor bruidsparen en wij willen tenslotte alleen maar even koffie met iets lekkers).
Even verderop kunnen we parkeren en lopend over de oprijlaan (dat dan weer wel) naar het restaurant.
En ik moet gelijk zeggen, voor herhaling vatbaar. Lekkere koffie, lekkere taart, (we zijn er niet achter gekomen of het nu bosbessen of bramentaart was), gezellige bediening en een mooie plek. Terwijl we van onze koffie genieten kijken we een beetje in het rond, lettend op de andere gasten waarvan de meeste toch ook tot de oudere jongeren behoren en bezig zijn met een toer tochtje, het zij met de fiets, te voet of met de auto.
Ik ben onder de indruk van de kleuren waarin het pand geschilderd is en voordat we verder toeren maakt Yvonne nog een paar foto’s van de kozijnen om de juiste  kleuren weer terug te kunnen zien.
Enkele dagen geleden lopen we door een bouwmarkt (het toertje is al weer een weekje geleden) als ik me plots de kleuren van de Fraeylemaborg herinner en vraag Yvonne om de foto te bekijken. In de bouwmarkt staan altijd van die grote rekken vol met kleurenkaartjes.
Het blijken de kleuren, Mostertgeel en Grachtengroen. De andere dag ga ik direct naar de verfhandel waar ik meestal mijn verf koop. De kleuren moeten even worden gemaakt maar na een telefoontje van de juffrouw in de verfhandel naar de fabrikant komen de nummers zo uit de computer rollen en is de verf snel gemaakt.
Zo sta ik even later met zes bussen verf op de stoep, goed voor zo’n 60 m2 schilderwerk. Ik ga nog eens een toertje maken met koffie en iets lekkers onderweg, waar ben ik aan begonnen.
Nu 3 weken later is het bijna zover.
Er zijn geen toertjes meer gemaakt sindsdien en de tuin is een grote puinhoop met het gras tot aan de knieën.
Maar één ding hebben de Fraeylemaborg in Slochteren en Landgoed Lubbe in Valthe gemeen:, Mostertgeel & Grachtengroen.

Aad Lubbe     

1. mei, 2018

 

 

Hij/zij is weer voorbij, afgelopen, over en uit, op en komt nooit meer terug, April 2018.
Ikzelf vind dat hij/zij een beetje zwak is begonnen. Niet één goede 1 aprilgrap heb ik gehoord, gelezen of beleefd.
Nu moet ik wel bekennen dat het beleven van een 1 april grap niet tot mijn favoriete ervaringen behoort en ik blij ben dat dit een beetje uit de tijd is, maar toch.
Ook stelt het weer niet zo veel voor begin april. Het blijft maar koud met regen en wind. De garagehouder belt (op 1 april en dat is geen grap, blijkt achteraf) dat er nog een kapotte leiding is ontdekt bij het terug plaatsen van de vernieuwde motor in m’n Pick up Truck.
Een onderdeel dat eigenlijk nooit stuk gaat en dus in niet één magazijn van Nissan in Europa voorradig is. Het moet in Japan worden besteld en dan met een boot volgeladen met containers over de wereldzeeën naar Rotterdam of Antwerpen komen om vandaar per Truck naar het Nederlandse magazijn van Nissan te worden gebracht. Vandaar zal het dan per bode naar de garage komen waar een monteur hem in mijn Truck zal gaan monteren.
Gelukkig gaat het verderop in de maand beter. De zon gaat schijnen en de temperatuur loopt enkele dagen op tot wel 26 graden, maar dat hoef ik niet te vertellen, dat zal je zelf wel hebben gemerkt. (Zo niet, wordt het hoog tijd dat je eens iets vaker naar buiten gaat).
Verder verloopt de maand geruisloos en onopvallend tot er tegen het einde ervan weer een beetje reuring in komt. Rond de zesentwintigste van de maand begint dit met een artikel dat ik de krant lees over een groep Nederlanders, die in Praag op hun vrijgezellen feestje een ober in elkaar trappen. Hier word ik niet blij van maar na het gehele artikel te hebben gelezen wil dit toch even kwijt. Ze voelen zich altijd gediscrimineerd, de nieuwe Nederlanders. Maar als ik dan lees dat de hoofd verdachten van dit voorval Armin N. en Arash N. heten  en twee broers uit Iran blijken te zijn, vind ik toch dat we ze apart moeten vermelden als zijnde nieuwe Nederlanders, zeker nadat hun vader nog verkondigt dat hij na telefonisch contact met zijn zoons met stomheid is geslagen en zegt dat de obers zijn begonnen met duwen nadat de jongens gewoon een eigen meegebracht biertje op het terras van het restaurant wilden opdrinken.
Ik kan me voorstellen dat dit lastig is, in Iran mag dit kennelijk allemaal gewoon.
Verder lees ik in diezelfde krant nog dat er weer een foutje in het regeren van ons land is geslopen waarvan onze minister zich weer eens niets kan herinneren. Iets wat steeds vaker gebeurt bij deze man waardoor ik mij afvraag of het nog wel vertrouwd is om dit aan deze man over te laten.
Dan is er Koningsdag en wanneer ik naar de tv kijk keert het vertrouwen weer een beetje terug, het zijn niet allemaal Rutte (Rotte) appels in Nederland. Iedereen lacht en viert feest en ons Koning schudt handjes en doet spelletjes, samen met vrouw lief en kroost. Nederland op z’n Nederlands zoals het hoort te zijn.
De dag na Koningsdag belt de garagehouder dat de Truck klaar is en ik hem kan ophalen, iets wat ik direct ga doen.
De rekening is een kleine tegenvaller maar ik ben blij dat ik weer in m’n Truckje rij.
Op de negenentwintigste komen de eerste gasten weer in het vakantiehuisje. Het is een gezin met twee kinderen die gelijk bij aankomst naar het speelveld verdwijnen
(de kinderen bedoel ik dan). Maar ook de ouders zijn blij er weer te zijn om van het plekje te genieten. Voor mij zijn dit ook momenten van genieten en weet ik weer waar ik het voor doe.
Ook is er op de negenentwintigste nog de R&B Night in de Oosterpoort in Groningen waar zo’n twintig geweldige bands hun kunnen ten gehore brengen.
Negatief puntje is dat Yvonne niet mee kan daar ze een paar dagen geleden door haar rug is gegaan met een verkeerde beweging. Vanwege dit gebeuren ga ik met de Truck naar Groningen i.p.v. met de Juke van Yvonne. Die nemen we meestal omdat het lastig is met de Truck in een parkeergarage te komen, wat ook wel blijkt als ik drie keer voor en achteruit moet steken om door de smalle ingang naar het onderste dek van de garage te komen, met enig oponthoud voor de mij achterop komende auto’s.
Als ik die nacht na het festival de garage uit rij gaat dit verder zonder problemen.
De laatste dag van de maand help ik Yvonne met gras maaien en plantjes poten in haar tuintje wat ze op dit moment zelf niet kan i.v.m. haar rugproblemen.
Maar daarna is april echt Op. Mei kan beginnen.

Aad Lubbe

 

1. apr, 2018

 

 

Het is gelukt, deze week gaan er drie boekjes naar de drukker en een vierde binnenkort.
Allereerst weer even een warm welkom aan mijn trouwe Blog lezers en een warm welkom voor mijn nieuwe Blog volgers: Willem & Annette, Arie & Margrè, Fred & Tine en het jonge stel, Giel en z’n vriendin waarvan mij de naam is ontgaan, die ik allemaal deze winter op mijn trektocht door Spanje heb ontmoet.
Tot thuiskomst was het een geweldige winter met zon, plezier, lekker eten en leuke mensen.
Buitenom de boekjes die ik heb afgemaakt ben ik op zeker moment toch begonnen een verslag van mijn vakantiebelevingen op te schrijven, iets wat ik niet van plan was, maar ik maak zoveel leuke dingen mee dat ik besluit het toch op te schrijven. Het is een ongeveer 50 pagina’s tellend verslag geworden wat ik misschien wel in een volgend boekje ga opnemen.
Thuis gekomen gaat het helemaal mis. Het weerzien met Yvonne is heel fijn maar wanneer ik van haar de laatste kilometers naar huis rij, slaat het noodlot toe. Nog 1500 meter te gaan tot mijn huis hoor ik een harde knal en veel geratel vanonder de motorkap waarna ik direct stop aan de kant van de weg.
(Het zou toch niet mogelijk zijn geweest om ook nog maar één meter te rijden).
Dat dit het einde van de motor is kan ik wel raden en de monteur van de ANWB geeft mij later nog even de fatale bevestiging, waarna hij een dikke kabel vastmaakt aan het campertje om mij de laatste 1500 meter naar huis te slepen. Het totaal aantal kilometers van mijn overwinteringstournee komt hiermee op 6752 km.
Bij de garage krijg ik later te horen dat ik toch wel op een kostenpost van zo’n € 5000,00 moet gaan rekenen en het wel even kan duren daar er eerst een gelijkende motor moet worden gevonden.
Gelukkig heb ik nog m’n zomerauto, een oude cabrio, in de schuur staan die ik tijdelijk kan gebruiken. De auto is helaas nog niet zomerklaar gemaakt wat betekent dat hij sputtert, op elke hoek afslaat en als het regent mijn linker broekspijp vrij snel doorweekt is. Maar al met al is het beter dan op de fiets daar de buitentemperatuur sinds ik terug ben niet veel hoger komt dan een paar graden boven nul en de meeste dagen onder nul.
De afgelopen week heb ik ondanks de kou veel snoeiwerk gedaan in de tuin met de bedoeling het snoeihout naar het paasvuur in het dorp te brengen.
Om het hout naar het paasvuur te brengen heb ik echter mijn auto nodig daar er aan de cabrio geen trekhaak zit.
Dat gaat niet op tijd lukken dus besluit ik de kar achter de grasmaaier te doen en zo richting paasvuur te gaan. Bij het paasvuur aangekomen zie ik diverse auto’s met karretjes vol takken tot hun assen in de modder vast zitten waarop ik begrijp dat een actie met de grasmaaier op niets uit zal lopen. Maar wie niet waagt die niet wint.
Uitslag: wel gewaagd, niet gewonnen. Zo keer ik met een totaal onder de modder zittende grasmaaier en m’n kar nog vol met takken weer huiswaarts.
De afgelopen twee dagen heeft de kar achter de schuur staan wachten op een beter begaanbare weg, maar het heeft de nachten zoveel geregend dat het niet mogelijk is het paasvuur te bereiken.
Het idee om op eerste paasdag de kar met de takken in de tuin in brand te steken voor een privé paasvuur schuif ik aan de kant en na Pasen ga ik het hout op de houtwal in de tuin gooien en zet de kar weer terug in de schuur.
Vrolijk Pasen.

Aad Lubbe