Verhaaltje van de maand

7. feb, 2020

 

 

Op diverse manieren proberen we de laatste jaren al onze reis naar La Gomera te ondernemen. Dit omdat het best wel een ingewikkelde reis is. In één dag is het eigenlijk een te lange reisdag en als je er 2 dagen over wil doen heb je weer te veel hang en verliesuren onderweg.
Als we met de auto naar Schiphol gaan moet deze voor twee maanden worden geparkeerd op de Schiphol parking waar je dan zo’n € 300,00 aan kwijt bent. Ga je in een hotel bij Schiphol overnachten, kun je hier vaak je auto voor ‘n redelijk bedrag achterlaten, wat bij de prijs is inbegrepen. Eén ding is duidelijk, om te vluchten voor de kou in ons landje moet je er wel iets voor over hebben. Voor déze reis had ik een mooi schema uitgezocht met de bus, waarbij ik wel moet zeggen, met een ietwat krappe overstap van de ene op de andere bus maar weer een ruime aansluiting op de trein. We hebben een overstaptijd van twee minuten op het busstation en wetend dat je om het gehele busstation rond te lopen niet meer dan twee minuten nodig hebt, moet dat toch gaan lukken. De overstap van de bus op de trein is tien minuten en dan kun we onderuit gezakt met een krantje rustig wachten tot de trein stopt op station Schiphol, waar we dan nog ruim twee uur de tijd hebben voordat ons vliegtuig gaat vertrekken.
Die ochtend moeten we wel de eerste bus hebben die al om vijf minuten voor zeven langs komt. (het is zaterdag). Omdat wij  niet zo vaak met het openbaar vervoer reizen willen we graag op tijd bij de halte staan om vooral de bus niet te missen. Door alles op heel zeker te doen, staan we dus om vijf minuten over half zeven in een stille Dorpstraat bij een temperatuur van nul graden (aan de overkant van de straat hangt bij een makelaarskantoor een klok annex thermometer die ons om de tien seconden laat zien hoe laat het is en hoe koud het is). Doordat je elke minuut de klok ziet verspringen duurt twintig minuten bij nul graden in een stille donkere Dorpstraat best wel lang. Als de klok op 6.57 staat (drie minuten te laat) stop er een minibusje bij de halte. Zoals verwacht, zit er behalve de chauffeur (een, waarschijnlijk uit vervlogen tijden hippie man met lang grijs haar, van achter bij elkaar gebonden met een elastiek) niemand in het busje en nadat wij onze koffers en onszelf hebben geïnstalleerd, vertrekt het busje. We moeten deze handelingen verrichten bij het licht van de straatlantaarn omdat er in de bus geen binnenverlichting aan is en ook niet wordt aangedaan door de (hippie) chauffeur.
Op mijn vraag of we bij de overstap niet hoeven uit en in te checken zegt hij dit niet te weten en vertelt ons tegelijkertijd dat dit de eerste keer is dat hij deze rit doet.  Gelukkig zegt hij er achteraan dat hij wel andere ritten heeft gereden en dus niet voor het eerst met de bus rijdt. Iets wat ons maar gedeeltelijk geruststelt. De rit verloopt rustig door diverse dorpjes en we hoeven bij geen enkele halte te stoppen om passagiers in of uit te laten. We hoeven ook niet op letten waar we eruit moeten omdat onze bestemming voor overstap op de volgende bus het eindpunt van de route is. Op een gegeven moment zie ik op het mooi en goed verlichte display voor in de bus dat onze aankomsttijd bij het busstation al twee minuten later is als dat de bus waarin wij moeten overstappen gaat vertrekken. Een beetje ongerust vraag ik aan de chauffeur of dit wel goed gaat komen, waarop hij mij op een geruststellende toon (in de sfeer van hoe een hippie vroeger ‘Relax Man’ zij) antwoordt dat de bus vast wel even zal wachten.
Maar hierdoor zijn we niet echt gerust gesteld.  
De tijd van aankomst bij het busstation loopt op het verlichte display op van twee naar drie minuten en op een gegeven moment zelfs tot vijf minuten. Plots stopt de bus bij een halte en denken wij ‘ook dat nog, zo halen we het nooit meer.’ Maar het is nog erger dan een passagier die moet instappen, de (hippie chauffeur) geeft aan dat hij de weg kwijt is, en dan bedoel ik niet figuurlijk, want daar hebben wij op dit moment geen boodschap aan, maar letterlijk, onze chauffeur is letterlijk de weg kwijt. De overstap kunnen we dus gewoon vergeten. Wat we er voor terug krijgen is een sightseeing toer door een donker dorp om na tien minuten de melding te krijgen van de chauffeur dat hij niet meer weet waar hij is. Waarschijnlijk begint hij nu ook langzamerhand figuurlijk de weg kwijt te raken. Gelukkig weet ik waar we staan en geef hem het advies via de kortste weg die ik hem kan uitleggen naar het busstation te rijden. Gelukkig gaat hij hierop in en na vijf minuten (wel twintig minuten te laat) staan we op het busstation. Hier is het donker, het waait er hard en die temperatuur is ook hier rond de nul graden, net als ons humeur, wanneer we ontdekken dat de bus  die wij moeten hebben niet om het half uur maar om het uur rijdt op zaterdag. Komt er dus op neer dat we de trein wel kunnen vergeten en als we goed rekenen het vliegtuig ook. Daar staan we dan op een donker en koud busstation waar de wind door de kieren van de wachtruimte giert en je overal van alles hoort rammelen. Ik loop nog een keer de bushaltes af om te kijken of er toevallig een alternatief is om via een andere route nog op tijd op Schiphol te zijn en als ik terug kom in de ijskoude wachtruimte heeft Yvonne net een taxibedrijf aan de telefoon die ons belooft binnen een kwartier op het busstation te zullen zijn. We krijgen weer hoop. Op zijn vraag waar we dan naar toe gebracht willen worden zegt Yvonne, ‘dat zien we wel al je hier bent, kom nou maar zo snel mogelijk naar het busstation’.  Binnen een kwartier rolt er een taxibusje het busstation binnen en na de koffers te hebben ingeladen, zegt de enthousiaste chauffeur en tevens eigenaar van het taxibedrijfje, ons op tijd bij de trein te zullen brengen. (misschien had hij nog wel stilletjes gehoopt ons naar Schiphol te kunnen brengen, hij vertelde ons in ieder geval onderweg wel wat dat eventueel zou gaan kosten, voor de volgende keer misschien). Bij aankomst hebben we zelfs nog tijd voor een kop koffie om weer een beetje op te warmen. Na tien minuten vertrekt de trein (wel één trein later en €55,00 armer voor de taxi, dan gepland) en komen we nog op tijd aan op Schiphol.

15-01-2020
Aad Lubbe

2. jan, 2020

Beste Bloglezers,

Vandaag plaats ik 2 Blogs. Eén die ik al in oktober heb geschreven en één die ik gisteren heb geschreven.
Ik wens iedereen nog een geweldig 2020 en geniet van de Blogs die ik dit jaar (misschien) nog ga schrijven.

Groet Aad

Het Belij(ei)d

 

1 Januari 2020. Naar aanleiding van het vuurwerk dat afgelopen nacht allemaal weer is afgestoken voel ik mij toch verplicht om daar het één en ander over te schrijven en doe dat in deze blog. Ik herinner mij nog dat er een paar weken geleden nog maar, vele boeren en bouwers op het malieveld in Den Haag aanwezig waren om te protesteren tegen de plannen van het kabinet in verband met de stikstof en het pfas beleid. Ik vond dit zelf ook een goede actie, want we willen toch allemaal blijven eten en blijven wonen. Helaas kun je in dit (meestal koude) landje niet in een hutje van oude golfplaten en zonder verwarming wonen en hoeft dat tot nu toe ook nog niet. Maar laten we dat vooral zo houden. Wat mij echter verbaasd en blijft verbazen is, dat ik gisteren in de krant las dat er dit jaar weer meer vuurwerk is verkocht dan ooit in ons overvolle stikstof/pfas landje. En, ik geef toe, ik ben niet buiten geweest op het vuurwerkmoment van oud op nieuw, maar het lijkt mij sterk, dat er geen mens, die iets met agrarisch of bouw te maken heeft, buiten heeft gestaan om een partijtje vuurwerk de lucht in te knallen. Gelukkig voor deze mensen en alle andere mensen die vuurwerk hebben afgestoken was de vervuiling dit jaar niet zichtbaar, maar hij was er zeker. Zowel stikstof (komt al vrij bij de productie van vuurwerk) fijnstof, pfas en vast nog wel een beetje plastic vezels, die het vuurwerk verlaten als het ontploft en in de lucht blijven hangen tot ze op de akker van de boer terecht komen, om op een later tijdstip in ons eten terecht te komen, of meteen al door de mens worden ingeademd.
Ik kijk nu al uit naar de paasvuren van dit jaar die waarschijnlijk niet door zullen gaan. Zoals ik honderden boeren boos op hun trekkers (voor stadsmensen tractor) met walmende uitlaat naar Den Haag zag stomen om hun bedrijven te redden, ga ik er toch van uit dat zij zich met hun trekkers op de barricade zullen werpen om deze stikstof en fijnstof producerende vuren in hun gebied in de kiem te smoren. Helaas voor de burger, maar we willen toch allemaal blijven eten en wonen. En de boeren, die vinden vast wel een plekje om hun oogstdank bijeenkomst te vieren met een borreltje, bijvoorbeeld in één van de vele zuipketen op het platte land. Kunnen ze ook nog op de fiets of lopend naartoe en kan de trekker in de schuur blijven (onnodige kilometers met een vervuilende diesel).
Misschien is dit allemaal sowieso afgelopen als onze leiders in Den Haag wakker worden en echte zinvolle maatregels gaan treffen, hoewel het daar voorlopig niet naar uit ziet. Ik heb hiervan nog een voorbeeld.
Enkele weken geleden kreeg ik een brief van de overheid dat mijn wegenbelasting vanaf 1 januari 2020 met 15% wordt verhoogd. Ik kom hiervoor in aanmerking, omdat ik in een, volgens de bedenkers, vervuilende dieselauto zou rijden. Ik zou teveel fijnstof veroorzaken en daar moet ik dan voor betalen. Ik heb er lang over nagedacht maar kan tot op heden de link niet leggen, hoe mijn auto minder zou gaan vervuilen door meer wegenbelasting te betalen.
Ik kan me voorstellen dat ze mij verplichten niet harder te rijden dan bijvoorbeeld 90 km of een advies geven dingen te combineren en daardoor minder kilometers te rijden of zelfs een premie te beloven in de vorm van een wegenbelastingverlaging van 15%. Ik sta zelfs open voor een verhoging van de dieselprijs. Maar uit wat ze nu bedacht hebben kun je zien dat ze nog veel moeten leren daar in Den Haag en dat het nog wel enige tijd zal duren voordat de juiste maatregelen om het milieu te beschermen zijn gevonden.
En ik, ik heb geleerd dat als je iets hebt, je moet proberen het zo rendabel mogelijk te gebruiken, wat in dit geval betekent dat ik meer kilometers moet gaan rijden om mijn diesel nog rendabel op de weg te kunnen houden.

Aad Lubbe

 

Vrijheid Blijheid

Je kunt dit op vele manieren zien en uitleggen of beleven maar gisteren werd ik er op één pagina in de krant op wel vier verschillende manieren mee geconfronteerd.
Links boven in de hoek staat een kleurenfoto met hierop wel 13 jongedames met grote borsten, gekleed in een voor deze omvang van borsten, ietwat kleine bikini.
Ze zitten met z’n allen in een zwembad, omringd door plastic eendjes en een fles champagne in de hand, terwijl enkele van de dames hun tattoos tonen door hun benen met daarop de tattoo uitdagend op de rand van het zwembad te leggen. Het artikel zegt dat het gaat om een programma op de televisie, waarin de dames een rol spelen van verleidster voor jongemannen. Het geheel is wat uit de hand gelopen door seksueel overschrijdend gedrag en daarom tijdelijk van de buis gehaald door de directeur van de omroep.
Dit kan gelukkig allemaal in ons land en we mogen ook blij zijn dat we zelf kunnen kiezen of de tv aanblijft of dat we hem uitzetten. Vrijheid Blijheid.
Onderaan links op dezelfde pagina staat een artikel over ‘Gevangen in het huwelijk.’ Dit gaat over, voornamelijk vrouwen, die om religieuze redenen niet van hun man mogen scheiden. Hierdoor zitten er naar schatting enkele honderden vrouwen gevangen in hun huwelijk in ons land. Het kabinet is bezig met een wetsvoorstel om het mogelijk te maken dat dit scheiden wel kan. ‘Iedereen moet de vrijheid hebben om te scheiden en zijn leven weer voort te zetten. Het mag niet zo zijn dat de ene mens de andere in die vrijheid belet’ zegt de minister.
‘Vrijheid Blijheid.’
Wat dat kabinet betreft is het ook maar goed dat er vrijheid is in ons land. Er zijn genoeg landen op de wereld waar je zo’n actie als het volgende artikel op deze pagina met de dood of minimaal gevangenisstraf moet bekopen.
Het artikel gaat over de 70 tot 170 doden die zijn gevallen bij een bombardement in Irak in 2015. Over de oorlog wil ik het niet hebben, we mogen blij zijn met de mannen die voor ons in het vuur springen om ons in vrijheid te laten leven. (Voorbeeld hiervan is het volgende artikel op deze pagina over 2 Franse helikopters die tegen elkaar aanvliegen waarbij 13 militairen om het leven komen tijdens een operatie tegen opstandelingen.)
Het gaat om het feit dat onze leiders maar doen of er niets is gebeurd en zelfs vergeten zouden zijn dat er doden of gewonden zijn gevallen bij de aanval en dit ongestraft lacherig weg kunnen wuiven terwijl ze met hun telefoontje zitten te spelen.
Het laatste artikel op dezelfde pagina begint al 36 jaar geleden, in 1984, als een rechtbank drie jongens veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf voor het doden van een viertienjarige jongen terwijl er meerdere getuigen waren die de werkelijke dader hebben gezien, er was zelfs bewijs dat ze het niet hadden gedaan, maar hier had de aanklager toen geen boodschap aan en was er volgens hem geen enkele twijfel over de schuld van de drie knapen en werden ze veroordeeld tot levenslang.
Nu 36 jaar later is men na een brief van de herzieningsafdeling de zaak opnieuw gaan bekijken en blijken de (inmiddels vijftigers) onschuldig te zijn.
Na 36 JAAR ONschuldig in de gevangenis te hebben gezeten, vanwege de vrijheid die iemand zich ongestraft kon nemen om de jongens schuldig te verklaren, komen ze nu vrij met excuses van de rechter en klaar is de zaak. Vrijheid Blijheid???

Aad Lubbe, Oktober 2019   


    

30. nov, 2019

 

 

Zoals elke Nederlander bang is dat als er straks een prijs in de straat valt, hij niets heeft en de buren wel heb ook ik een postcode lot in mijn bezit. Afgelopen week was het zover, ik heb een prijs gewonnen, twee zelfs. Eén prijs bestaat uit twee blokken chocolade met zeezout die mij per post worden toegezonden nadat ik een code actief heb weten te maken op het internet. De tweede prijs is van een ander kaliber. Dit is een pasje met een nr en een code die je ook actief moet maken op het internet waarbij je dan ook nog je postcode en de laatste drie cijfers van je bankrekening moet kenbaar maken. Na dit te hebben gedaan bericht de computer mij dat ik nog maar tien dagen de tijd heb om naar de dichtstbijzijnde supermarkt te gaan om daar gratis voor een waarde van twaalf euro en vijftig cent een vegetarisch menu te gaan samen stellen, wat ik dan mee naar huis mag nemen om het daar te gaan bereiden en op te eten. Zo gezegd, zo gedaan, drie dagen voor de bewuste datum dat het niet meer kan trek ik de stoute schoenen aan en ga op pad  naar de supermarkt die op de kleintjes let. Dat is voor mij  toch al gauw zo’n twintig kilometer rijden. Gelukkig is m’n vriendin Yvonne ook een beetje bang dat de buren een prijs winnen en zij niet en heeft dus ook een lot waarop ook zo’n mooie prijs is gevallen zodat ik met twee waarde passen op pad ga en zodoende in het totaal gratis voor vijfentwintig euro aan vegetarisch voedsel kan gaan kopen.
In de winkel aangekomen, word ik overvallen door grote borden boven de artikelen met:
‘STEL HIER UW VEGETARISCHE MAALTIJD SAMEN’.
‘Dat moet niet moeilijk zijn’, denk ik bij mezelf en kijk verlekkerd rond wat ik eens zal gaan kiezen om vanavond te gaan koken. Het is dan wel allemaal vegetarisch maar ik kan er altijd nog een burgertje bij kopen, die ik dan wel apart moet betalen, maar ja, dat moet kunnen, ook al is hier het motto dat je op de kleintjes moet letten. Iets wat trouwens al snel blijkt als ik beter in de vakken kijk. Ook al hangt er een groot bord boven de gehele vitrine zijn er als ik beter kijk maar enkele artikelen waar een klein bordje bij hangt met daarop: ‘dit artikel kunt u besteden met uw Vega Pas. Dat blijkt de spoeling wel erg dun te maken en moet ik een zoektocht beginnen door de gehele winkel om twee maaltijden samen te stellen.
Dit gaat me niet lukken in één dag en ik besluit op zoek te gaan naar artikelen die ik in m’n keuken kan gebruiken, maar ook dat valt nog niet mee. Als ik in één van de gangpaden op de knieën op de grond lig en met mijn leesbril op een kaartje probeer te ontcijferen op de onderste plank (waar de meeste gratis artikelen een plekje hebben gekregen) hoor ik een vrouw naast mij zeggen, ‘het valt niet mee, maar ja het is gratis’ waaruit ik begrijp dat ik een mede slachtoffer heb ontmoet. Na enig overleg en elkaar succes te hebben gewenst gaan we ieder onze weg, op zoek naar vijfentwintig euro gratis vega voedsel. Het volgende half uur kom ik de vrouw diverse malen tegen en wisselen we adviezen uit zodat ik na een uur toch tevreden bij de kassa sta. Nadat alles is gescand door de juffrouw bij de kassa zegt deze mij dat ik op één van de passen nog één euro en vijftig cent heb te besteden. Een vlugge gedachte om nog weer als een Nederlander die op de kleintjes let terug de winkel in te gaan verwerp ik heel snel en ga met mijn ‘gratis’ boodschappen naar buiten. Op dat moment komt een vrouw in een rolstoel de winkel in gereden en vind ik dat ik die vrouw mijn kaart aan moet bieden ook al heeft die  nog maar een waarde van één euro en vijftig cent. Hierop bedankt de vrouw mij en kijkt mij zó dankbaar aan dat ik graag had gewild dat er nog tien euro op had gestaan. Het was maar een klein moment maar voelde als het mooiste moment van de hele onderneming en ja, ‘Je moet op de kleintjes letten.’    

Aad Lubbe

5. nov, 2019

 

Of een dagje ouder worden, dat kan ik mezelf af gaan vragen bij het volgende verhaal.
Het deed zich wel gisteren voor, maar voordat ik het vergeet schrijf ik het toch maar even op.
Ik heb m’n auto volgeladen met dozen en die zitten dan weer vol met spullen, die van het huis waar ik nu nog woon naar mijn nieuwe huisje moeten worden gebracht.
De makelaar komt vanmiddag zelfs met 2 kijkers die interesse hebben in deze mooie plek, zodat ik toch wel zo’n drie uren weg moet blijven om de rondleiding niet te verstoren.
Ik ga eerst naar m’n nieuwe huisje om de dozen uit te laden en berg gelijk alle spullen op in de kasten die ik daar al heb neergezet. Nadat ik de lege dozen weer in de auto heb gezet om ze opnieuw te vullen ga ik naar Emmen om een aantal boodschappen te doen. Ik heb mezelf voorgenomen vandaag naar de Turkse winkel te gaan om mijn kruidenassortiment aan te vullen evenals mijn bonen en bulgur voorraad.
Hiervoor moet ik wel naar een winkelcentrum waar ik al enkele jaren niet meer ben geweest. Voorheen deed ik hier al mijn boodschappen. Dus na mijn boodschappen te hebben gedaan bij de Turk (ook nog een paar van die grote verse knofloken), ga ik naar de Aldi.
Al bij binnenkomst mis ik het verse brood wat normaal genomen gelijk bij de ingang staat. Alle vitrines voor het brood zijn weg waar ik een beetje van baal, omdat ik nu geen vers brood kan kopen. Mijn gedachte is, dat ze wel zullen gaan verbouwen wat tegenwoordig vaak gebeurd in winkels van de Aldi en het brood alvast is verwijderd. Als ik verder ga met mijn boodschappen ontdek ik veel dingen die op andere plekken staan of er zelfs helemaal niet meer zijn.
Op mijn ontdekkingsreis door deze opstelling kom ik langs een medewerker die artikelen aan het bijvullen is. Ik vraag hem naar de reden waarom alles is verplaatst in de winkel, waarop hij mij lachend aankijkt en zegt van niets te weten, zolang hij hier werkt, al zo’n drie jaar, staat alles al zoals het nu staat. ‘Nou ja hij gek of ik gek’ denk ik en ga verder met de zoektocht naar mijn boodschappen.
Even later kom ik een oud collega tegen in de winkel en na een wederzijds ‘hallo en leuk je te zien, dat is lang geleden’ raken we aan de praat over van alles en nog wat, tot Jan, zo heet de man, mij vraagt hoe het met mijn vader gaat en ik wederom denk ‘is hij nou gek of ben ik het.’ Nadat dit probleem is opgelost, hij heeft míjn vader niet gekend maar een andere vader en dacht dus ook dat ik een andere ik was die ik ook niet ben, gaan we vrolijk verder met ons gesprek. Zijn excuses aanvaardend dat hij al tachtig is.
Na een vrolijke afronding van ons gesprek en een ‘het ga je goed, we zien elkaar wel weer’, ga ik verder met de zoektocht naar m’n boodschappen. Ik kom ook weer langs de medewerker die de vakken staat te vullen en zeg hem dat alles dan misschien al jaren staat zoals het staat maar dat de gedroogde uitjes die ik wil pakken nooit achter zijn palletwagen met dozen stonden, beter nog, volgens mij heeft die palletwagen hier ook nooit gestaan. Daarin had ik helemaal gelijk zei hij en vrolijk gingen beiden verder met ons ding, hij met vullen op de voor mij nieuwe plekken en ik met mijn zoektocht. Vlak voordat ik bij de kassa ben kom ik Jan weer tegen en kan het niet laten hem te vragen of het brood al lang weg is en al die artikelen in de winkel al jaren zo staan. ‘Ik zou niet anders weten Aad en ik kom hier al jaren.’
Als ik eenmaal bij de kassa sta en al mijn gevonden boodschappen op de band heb liggen en nog eens goed om me heen kijk vind ik in mijn zoektocht door mijn geheugen ook nog wat terug.
Ik ben nog even snel naar de man die aan het vullen is gelopen en hem verteld dat het maar een momentje was. Al die winkels lijken ook zó op elkaar.

Aad Lubbe

1. sep, 2019

 

Het ‘verhaaltje van de maand’ voor de maand juli is in rook opgegaan vanwege de drukte. Behalve het vakantiehuisje regelmatig schoonmaken als er nieuwe gasten komen en bladeren harken in de tuin, die de bomen vanwege de droogte veel te vroeg laten vallen, ben ik bezig geweest alle overbodige bezittingen voor de dag te halen, in de hand te nemen en mezelf af te vragen of ik er ooit nog iets mee ga doen. Het resultaat is dat ik nu een garage half vol met spullen heb die misschien andere mensen nog kunnen gebruiken of die ik op marktplaats kan gaan aanbieden voor een klein bedrag om het gevoel te hebben dat het niet zomaar nutteloos verdwijnt.
De meeste van die spullen heb ik tenslotte al jaren in mijn bezit/gebruik en dat gooi je niet gemakkelijk zomaar weg. Wel ben ik al drie keer naar de gemeentelijke vuilstort geweest met een auto en aanhanger vol met spullen die ook iemand anders echt niet meer aan z’n verzameling wil toevoegen. En ik moet zeggen aan het eind van deze noeste actie is er in de meeste kasten aanzienlijk veel meer ruimte ontstaan. Ook moet ik bekennen dat ik tot op heden nog geen spijt heb, of al iets mis van wat ik heb weggegooid.
De reden van deze actie is namelijk dat ik mijn huis te koop heb gezet en een veel kleiner huis heb gekocht. Wat woonoppervlakte betreft ga ik van 300 m2 naar ongeveer 100 m2, dus best een goede reden om het één en ander op te ruimen. Wat de tuin betreft ga ik van 7000m2 naar ongeveer 700m2. Maar gelukkig hoort het verplaatsen van bomen en planten niet bij de verhuizing. Ondanks de drukte rondom verhuizing, aankoop en verkoop hadden we afgelopen zondag toch nog tijd om een dagje te gaan toeren met de cabrio. Termuntenzijl, ons favoriete plekje aan de Waddenzee is het doel met daar een wandeling (etje, het was toch al gauw zo’n 30 graden en de zon brandde behoorlijk op het hoofd) over de dijk en een visje eten in de plaatselijke vis/snackbar.  
Voordat we daar echter zijn toeren we zigzag door het Drentse en Groningse landschap met een koffiepauze bij de Freaylemaborg in Slochteren, waar ik nu rustig naar toe durf te gaan. (Zie verhaaltje van de maand juli 2018; mijn nieuwe huis is namelijk voorzien van kunststof kozijnen en de goten en windveren zijn vorig jaar nog in de verf gezet.)
Daar aangekomen hebben we genoten van een heerlijk kopje expresso met daarbij appeltaart mét slagroom. Tijd om op het Grachtengeel & Mostertgoen te letten is er echter niet, daar onze aandacht volledig opgaat in het opletten voor wespengeel, dat in groten getale wil meegenieten van onze appeltaart. Na een kort bezoek gaan we dus weer snel verder en wordt het niet de relaxte pauze van vorig jaar.
Bij de Waddenzee aangekomen blijkt het hier erg druk, (veel drukker dan we hadden verwacht, hoewel we weten dat het zondag is) maar we vinden een goed parkeerplekje en als we een stukje de dijk oplopen, een rustig plekje om te zitten. De meeste mensen lopen niet verder dan nodig. Om twee uur besluiten we om een visje te gaan eten in onze favoriete vis/snackbar. Onze gedachten, als je na tweeën komt is het iets rustiger in de vis/snackbar, blijkt niet waar. Er is ook geen plekje in de schaduw te vinden en overal op de vloer ligt rommel en vertrapte stukken vis en patat. We balen hier wel een beetje van en besluiten naar het naastgelegen café te gaan. Ook hier is het druk en hebben ze alleen maar drank, met taart of een gehaktbal. Blijft over het hotel met terras aan de overkant van de straat. Hier is het heerlijk rustig, schoon en zitten we in de schaduw met zicht op de Waddenzee en een vorstelijke bediening. Vanaf nu is dit waarschijnlijk ons favoriete restaurant geworden als we met de cabrio naar Termuntenzijl gaan toeren en wordt het misschien nog wel eens een tweedaags ritje met een overnachting in dit hotel.
Na een heerlijke maaltijd van zalm met frietjes stappen we voldaan in de cabrio, na nog een half uurtje op de dijk van de zee te hebben genoten, en toeren zigzaggend door het Groningse en Drentse landschap weer naar huis, waar ik voor de verandering ook eens niet hoef te koken na zo’n heerlijke maaltijd op het terras aan zee.

Aad Lubbe