Verhaaltje van de maand

29. okt, 2017

Winterslaap

Voor de Lieve lezertjes die al weer zitten te wachten op het verhaaltje van de maand heb ik helaas een minder leuk berichtje. Er komt deze maand geen verhaaltje van de maand. Ik heb het de afgelopen weken héél erg druk gehad. En dan denk jij natuurlijk meteen, waar kan hij het nou zo druk mee hebben gehad? Nou het zit namelijk zo dat na de zomer de winter er weer aankomt en daar houd ik niet zo van. Dan is het mij te koud en kom ik niet graag meer buiten. Dus moet ik zorgen dat ik alles in huis heb. Daar ben ik de afgelopen weken héél druk mee geweest. Eerst heb ik heel veel houtjes bij de kachel neergelegd om op te branden zodat ik de hele winter lekker warm bij het kacheltje kan zitten. Ook heb ik een grote zak aardappels gekocht bij de boer in het dorp om op de kachel te poffen en op te eten. Ook een kistje met flesjes gerstenat om ’s avonds lekker op te drinken bij het vuurtje en veel nootjes en groenten in potjes en toiletpapier voor de hele winter. En ook meel en graan en gist om broodjes te bakken op de kachel. Ook een grote Parmaham hangt in de keuken om de broodjes te beleggen en heel veel boeken om te lezen en een warme muts voor als ik ’s morgens in de kou snel de krant uit de brievenbus moet gaan halen. Kortom gezegd ik ga mijn winterslaap houden. Er komen dus een heleboel maanden geen verhaaltjes. Als ik niet naar buiten ga beleef ik niks en weet ik dus ook niets om te schrijven.
Maar nu even serieus, Tot april stop ik even met het verhaaltje van de maand. Ik heb een hele berg half af geschreven verhalen voor mijn tweede boek en die wil ik graag eerst gaan afmaken zodat ik volgend jaar weer een leuk boekje kan presenteren. Het huisje is niet verhuurd en de tuin laat mij met rust dus laat ik de tuin met rust. Noem het maar een soort van winterslaapje waarin ik bij m’n kacheltje druk bezig ben te schrijven. Ik wens al mijn trouwe bloglezers een warme winter toe en hoop jullie volgend jaar weer een glimlach te bezorgen bij het lezen van verse verhaaltjes van de maand.

Aad Lubbe
1. okt, 2017


Ja, bij Lepeltje Lepeltje krijg je al snel knusse gedachten en soms gaat het nog verder. Maar wat dan te denken van Lepeltje Lepeltje Lepeltje??
Woeh!! nog knusser alsdan Lepeltje Lepeltje?
Nee, dit alles is niet waar het over gaat, het gaat gewoon over drie lepeltjes, of eigenlijk vier. En dan nog niet eens van die grote lepels maar theelepeltjes en dan ook nog hele kleine, smalle theelepeltjes. Het zijn wel een beetje aparte theelepeltjes en dat is nou juist het probleem. Als het gewoon van die simpele lepeltjes zouden zijn was het probleem allang opgelost.
Het zit namelijk zo: in het door mij te verhuren vakantiehuisje voor vier personen, is van alles vier aanwezig. Vier borden, vier glazen, vier messen vier soepkommen, vier theekopjes en je voelt al waar ik naar toe wil. Ook zijn er vier theelepeltjes. Althans tot twee maanden geleden. Plots was er bij de controle die ik altijd doe als de gasten het huisje verlaten en voordat er nieuwe gasten komen, een theelepeltje verdwenen. Dat kan gebeuren, er breekt ook wel eens een glas of een bord en zo’n theelepeltje kan gemakkelijk bij het groenafval zijn geraakt of ergens achter of onder liggen. Helaas komt na mijn zoeken in de groencontainer, de keukenlades en onder de banken en stoelen, het lepeltje niet voor de dag.
Nou zou dat ook wel raar zijn als er ineens een lepeltje voor de dag kwam. Zo van ‘Koekoek hier ben ik, het zoekgeraakte lepeltje’. Maar goed, ik kan hem dus nergens meer vinden. Er komen die week maar twee personen in het huisje en dan denk ik al snel, die hebben geen vier lepeltjes nodig. Ik zoek in de loop van de week wel even in m’n voorraad en dan leg ik bij de volgende gastenwissel er wel weer een lepeltje bij.
Die week denk ik nooit meer aan een theelepeltje totdat aan het einde van de week de gasten de sleutel komen inleveren en mij, nadat ze me vertellen volledig tevreden over het verblijf en over het huisje te zijn. Ze vertellen echter dat ze nog wel één dingetje hebben, er mist namelijk een theelepeltje en zij hebben het niet zoek gemaakt, het was al weg en dat kan ik bevestigen.
Voordat er nieuwe gasten komen ga ik in mijn voorraad op zoek naar een lepeltje maar kan er helaas geen vinden die er in de verste verte ook maar op lijkt.
Weer laat ik het zo en ben van plan deze week indien ik in de winkel kom, vier nieuwe lepeltjes aan te schaffen daar ik een gelijke toch niet ga vinden of ik moet naar de antiekshop.
Wel vraagt mijn schoonmaakhulp voordat ze naar huis gaat, me nog wel even of ik wel weet dat er maar drie theelepeltjes zijn. JA, DAT WEET IK!!
Enkele weken geleden was ik bij een bevriend stel van mij op visite alwaar mij in de loop van de avond werd verteld dat ik eens een theelepeltje moest aanschaffen.
Ter verduidelijking, de schoonmaakhulp is ook bevriend met het stel.
De laatste nieuwe gasten van dit seizoen vertoeven inmiddels enkele dagen in het huisje ware het niet dat de man van het stel gister namiddag op mijn deur klopte met een thee / koffiekopje in de hand met de vraag of ik een beetje zout had, dat waren ze vergeten mee te brengen. Geen probleem ik heb inmiddels wel tien potten zout in de kast staan van gasten die dit aan het eind van hun verblijf achter laten, evenals halve pakken koffie en vele halfvolle / halflege flessen afwasmiddel. Wanneer hij weer vrolijk richting huisje loopt draait hij zich om en zegt: ‘Oh ja, nog even dit, wist u dat er een theelepeltje mist, er zijn er maar drie’. Op mijn antwoord dat ik het weet en vergeten ben voordat zij aankwamen er ééntje bij te leggen keert hij tevreden huisje waarts.
En ik neem me voor dat, voordat volgend jaar het nieuwe seizoen begint en de eerste gasten komen, er Lepeltje Lepeltje Lepeltje Lepeltje zullen zijn.

Aad Lubbe

6. sep, 2017



Weer te laat maar deze keer niet zonder een reden. We zijn namelijk een weekje op vakantie geweest. Dan kun je nu wel bedenken dat men dan juist tijd genoeg heeft om een verhaaltje te schrijven. Dat is ook wel zo maar we zijn op fietsvakantie geweest en dan ben je toch wel beperkt in het meenemen van bagage. Zo was het dus niet mogelijk de laptop tussen het regenpak en de reserve broek te proppen. Dus zijn we gewoon weggefietst zonder laptop.
We willen een weekje naar Schiermonnikoog of Ameland. Dat kunnen we mooi in twee dagen bereiken. Halverwege een hotelovernachting en dan door naar het eiland. Daar twee dagen lekker uitwaaien en dan weer in twee dagen terug fietsen. Volgens de routebeschrijving op de laptop 260 km totaal. Dat moet lukken. Ik moet er wel gelijk bij vertellen dat we elektrisch fietsen.
We hebben al bijna een jaar niet meer gefietst (althans geen afstanden langer dan tien kilometer) dus stel ik voor eerst nog maar een paar proeftochtjes in de buurt te maken. De eerste dag doen we een tochtje van zo’n vijfentwintig kilometer waarna we best enthousiast zijn over de af te leggen afstand naar één van de eilanden.
De tweede tocht echter loopt wat uit en we eindigen met de teller op iets boven de vijftig kilometer. Al morrend moeten we beiden toegeven dat ongeoefend vier dagen lang zo’n vijfenzestig kilometer per dag best veel is en niet meer echt vakantie zal zijn.
Na op de laptop te hebben gezocht blijkt het eiland Borkum toch iets dichter bij te liggen. Dan wordt het zo’n vijfenveertig km per dag.
Na de hotelletjes onderweg en op het eiland te hebben besproken: (Goed dat we dit hebben gedaan op het eiland Borkum zijn nog maar twee hotels die een kamer vrij hebben ‘hoogseizoen’), gaan we twee dagen later op pad. Het is prachtig weer, de zon schijnt en de temperatuur is dik boven de twintig graden.
Als we in de middag bij het hotel aan komen, twee uur eerder dan verwacht (dat dan weer wel) staat de teller inmiddels toch op tweeënzestig km. Maar we voelen ons goed en hebben een leuke ontspannen tocht gehad.
De fietsen kunnen in het schuurtje bij het hotel en na een haspeltje te hebben uitgelegd kunnen de accu’s worden opgeladen. Ook is er een koelkastje in de hal van het hotel met gekoelde drankjes waar wij gretig gebruik van maken, na de door de eigenaar ons aangeboden koffie of thee te hebben afgeslagen.
Het probleem ontstaat pas als wij ons af gaan vragen in welke ruimte van het hotel het restaurant zal zijn.
Blijkt: ‘dat is er niet meer, al jaren niet’. Het hotel staat al een jaar te koop omdat de eigenaren, die de pensioen gerechtigde leeftijd reeds hebben bereikt het rustiger aan willen gaan doen en van hun oude dag willen gaan genieten in het zuiden van Frankrijk.
We hebben dit hotel wel uitgezocht omdat daar een restaurant bij zou zijn zodat we niet nog eens ergens naar toe moeten fietsen om te kunnen eten.
Op onze vraag of er een restaurant in de buurt is, weten ze ons alleen naar de snackbar zo’n vijfhonderd meter verderop te verwijzen. Dit is niet echt wat in ons hoofd zit, een patatje mayo na zestig kilometer fietsen. We besluiten voor de zekerheid zelf nog even het dorp te verkennen. Je kan je toch niet voorstellen dat hier helemaal niets zou zijn. Zo klein is het dorp nu ook weer niet. Na een km lopen stuiten we op een boerderij café met kleine maaltijden, maar ja, beter iets dan niets. Nadat we om de boerderij heen zijn gelopen komen we al snel tot de conclusie dat hier niet zo veel te halen zal zijn. Het enige leven wat er te bespeuren valt, is de voordeur die je open en dicht kan doen omdat hij niet op slot zit.
Op de terugweg naar het hotel besluiten we dan toch voor het patatje te gaan. Wel komen nog langs een zorgboerderij waar een terras is met tafeltjes, stoeltjes en op de tafeltjes bordjes met daarop de tekst ‘koffie en thee met appeltaart of wafel’.
Aan de straat staat een bord met ongeveer diezelfde tekst met onderaan een regeltje dat ons doet opleven.
‘Voor een warme maaltijd, vraag binnen’. Nou, wij naar binnen om te vragen. We hebben heerlijk gegeten op het terras inclusief een lekker glaasje wijn.
De volgende morgen stappen we na een heerlijk ontbijt weer fris op de fiets voor het laatste gedeelte van de heenreis en als we na een mooie dag fietsen bij het hotel op het eiland aankomen staat de teller wederom op achtenvijftig kilometer.`
We hebben een paar heerlijke dagen met mooi weer voor strandwandelingen en terrasjes op het eiland.
Op de ochtend van vertrek hoor ik het al als ik wakker word, het regent en niet zo zachtjes ook. De boot gaat pas om 13.00 uur dus er kan nog verbetering komen maar de lucht ziet erg grauw en beloofd niet veel goeds. We kopen een rol plastic zakken om alles in te pakken daar onze fietstassen bij inspectie al van een laagje water blijken te zijn voorzien van de regen van afgelopen nacht.
Om 12.00 uur nemen we het treintje naar de boot. Dat scheelt alvast tien kilometer fietsen in de regen. Als we met de boot in de Eemshaven aankomen en op de fiets stappen is het droog. Het gaat ook niet meer regenen tot we bij ons hotel aankomen waar we op de heenreis ook hebben geslapen (helaas nog steeds zonder restaurant). Het drankje van aankomst moet op de kamer worden genuttigd maar wanneer we later bij de zorgboerderij gaan eten krijgen we wederom een heerlijke maaltijd voorgezet met een lekker glaasje wijn.
Na het ontbijt de andere morgen besluiten we i.v.m. de regen nog een uurtje te wachten. Misschien gaat het nog droog worden en ja hoor! Het wordt droog. Die dag krijgen we maar één dikke bui op de kop, precies op een plek midden op het open veld waar nog geen lantaarnpaal staat om achter te kunnen schuilen en voordat ik mijn regenjas heb uitgepakt ben ik al behoorlijk nat. De volgende twee uren zijn nodig om alles weer droog te laten waaien.
Later die middag krijgen we nog een buitje maar dan zitten we net in een snackbar aan een lekker patatje mayo en een broodje kroket, van fietsen wordt men hongerig. Als we thuis aankomen zijn we voldaan maar wel met een beetje gevoelig zitvlees. De teller staat inmiddels op een totaal van 242 km. Das toch niet zo veel meer van de 260 km af die ons veel te veel was om ongeoefend te gaan fietsen.

Aad Lubbe
6. aug, 2017

Dat de koe mijn favoriete dier is heb ik nog niet eerder verteld. Maar bij deze dan, de koe is mijn favoriete dier en wel omdat ik het een mooi dier vind. Ze is goedaardig en ook nuttig. Met van die grote koeienogen staan ze vaak aan de rand van de wei nieuwsgierig naar je te kijken als je langs loopt. Wanneer je een hand naar ze uitsteekt gaat hun natte neus omhoog om te ruiken wie je bent en vaak geven ze je dan een lik met die ruwe, als schuurpapier voelende tong, waarna ze soms een korte of lange 'Boeh!' laten horen.
Ze zijn ook nuttig doordat ze de weiden maaien en melk produceren, alwaar wij weer vele producten van maken zoals kaas, yoghurt, karnemelk en boter. Maar dit alles even terzijde. Wat ik wil zeggen is dat ik het op dit moment erg druk heb. De maand Augustus is al aan zijn vierde dag bezig en ik heb nog geen letter voor het verhaaltje van de maand op mijn blog geschreven.
Het is namelijk zo dat mijn Lieve Vriendin twee dorpen verderop een huisje heeft gekocht, iets waar ik heel blij mee ben daar we tot op heden zo’n 125 km van elkaar verwijderd wonen. Iets wat best lastig is als je even samen een kopje koffie wil drinken, een wandelingetje maken of wat dan ook samen wil gaan doen. Daar gaat nu verandering in komen. Maar voor het zo ver is, moet het huisje worden opgeknapt zodat mijn Lief zich er prettig in kan voelen. We hebben een nieuwe schuur in de tuin gebouwd wat inclusief het schilderwerk al meer dan tweehonderd uren in beslag heeft genomen. Tel daar nog zo’n driehonderd uur voor het schilderwerk in het huis bij op. Blijft nog over, vele uren voor laminaat leggen gordijnen ophangen en de douche opnieuw betegelen.
Ook de tuin en het terras op een leuke manier aanleggen. Voor het zover is moeten eerst een aantal bomen en struiken worden verwijderd en naar het gemeente afval-brengpunt worden gebracht. Dit geheel is gelukt met vijf volle karren. Hebben we nog geluk dat er een liefhebber is die de grindtegels (135 stuks, tezamen zo’n 4500 kg) graag wil hebben en ze vanavond is wezen ophalen.
Blijft over, een flink aantal klussen die niet de moeite van het vermelden waard zijn, maar zeker meer alsdan honderd uren in beslag gaan nemen.
En dan moet de verhuizing nog worden gedaan. De 125 km erheen rijden met een gehuurde vrachtwagen, het inladen van de complete inboedel, dan wederom de 125 km terug naar twee dorpen verderop vanhier en dan nog het uitladen, waarna alles een plekje moet gaan krijgen in het nieuwe huis.
Maar goed, dat alles heb je over voor elkaar om daarna samen een leuker leven te hebben op kleine afstand.
Dit brengt me terug bij het verhaal van de koe. Lekker luieren met in de wei. Natje en droogje op z’n tijd. Dan denk ik soms: 'Was ik maar die mooie rode stier met grote hoorns in het weitje naast de koeien.'


Aad Lubbe
1. jul, 2017



Het vervolg…..
Vandaag is het dan zover, de twee weken zijn om. Het is 22 Juni, de dag na midzomernacht en toevallig ook nog mijn eerste aow dag, om van m’n oude dag te gaan genieten, maar dit terzijde. Vandaag komen de boomdokters om de Linde te behandelen zodat ook hij nog in weer en wind van een fijne oude dag kan genieten.
Ik heb de wekker op zes uur gezet en zit al om half acht buiten bij de linde met een gevoel in de maag alsof ik zelf een operatie moet ondergaan.
Rond acht uur komt er een busje (Nr 13) van het boomverzorgingsbedrijf het erf oprijden en twee jonge mannen stappen uit. Ze stellen zich voor als Daan en Kees en gaan graag in op mijn vraag of ze eerst een kopje koffie lusten, ze hebben tenslotte al zo’n tweehonderd kilometer gereden. Maar voordat ze aanschuiven bij de koffiepot lopen de mannen eerst drie keer rondom de boom, druk overleggend hoe ze de klus gaan klaren.
Een teken van interesse en vakmanschap, wat ik met plezier aanzie. Ik kan de operatie van de boom wel aan deze mannen toevertrouwen.
Na de koffie gaan Daan en Kees de bus leeghalen en stallen al het materiaal dat ze nodig hebben uit op het grasveld. Ik zie een complete uitrusting waar bergbeklimmers jaloers op kunnen zijn. Daan zet als eerste z’n helm op, oorkleppen, een veiligheidsbril en een beschermmasker voor rondvliegende stukjes hout. Ook een grote brede riem wordt omgedaan en behangen met een boomzaag, snoeischaren en een klein motorkettingzaagje van nog geen kilo, waar ik jaloers op ben.
Hij maakt het klimtouw aan z’n riem vast en collega Kees, helpt hem het eerste opstapje de boom in. Langzaam zaagt Daan zichzelf vast gordelend, van tak tot tak een smalle weg tussen de dichte begroeiing door naar de top van de boom alwaar hij zijn klimtouw stevig vastmaakt. Vanhier laat hij een lange lijn zakken om het klimtouw van Kees, die nog op grond staat, omhoog te hijsen en ook stevig boven in de boom vast te maken. Kees takelt zichzelf als een ware bergbeklimmer in de boom en begint zichzelf aan de andere kant van de boom een weg naar boven te zagen, terwijl Daan zichzelf weer langzaam naar beneden zaagt. Als apen bewegen ze zich over de takken om het dode en overtollige hout te verwijderen. Ze vertrouwen volledig op hun klimmateriaal en hangen soms bijna op z’n kop om bij het puntje van een tak te komen en daar nog een dood stukje tak te verwijderen. De berg hout op de grond, wordt hoger en hoger.
Na vier uren van enthousiast zagen, klimmen, dalen en hangen hoor ik Daan tegen Kees zeggen dat hij wel een beetje honger en dorst heeft. Ze zitten daar wel lekker in de boom en vangen een beetje wind op die hoogte, maar het is een warme dag en op de thermometer zie ik dat het inmiddels tweeëndertig graden is, in de schaduw.
Ik kan me voorstellen dat ze dorst hebben. Ze hebben behalve hun uitrusting ook nog een speciale broek en shirt aan tegen eventuele ongelukken met de kettingzaag. Als ze zichzelf uit de boom hebben laten zakken, alwaar je inmiddels aardig doorheen kunt kijken lopen ze er zelf eerst even tevreden omheen voordat ze in de schaduw op een steen gaan zitten, allebei ongeveer een liter water opslurpen en dan ook nog graag ingaan op het kopje koffie wat ik ze aanbied. Kees haalt een zakje met belegde boterhammen uit z’n tas en Daan tovert een grote bak met wel zeker een kilo nasi erin tevoorschijn. Op mijn vraag of ik het even voor hem zal opbakken zegt hij, ‘nee hoor, koud is het ook lekker en het is al warm genoeg hier’ waarop hij bij gebrek aan een lepel, z’n bankpas uit z’n portemonnee haalt en lekker begint te schransen. Ik heb maar niet gevraagd of hij een lepel wil en ook niet opgelet of hij de hele bak heeft leeggegeten. Waarschijnlijk wel. Na een half uurtje van luieren worden alle takken onder de boom weggesleept en op een grote bult op het grasveld gegooid. Hierna klimmen ze weer in de boom en na nog zo’n twee uren van knippen en zagen is de boom ‘geknipt en geschoren’.
Ik moet er even aan wennen, dwars door de boom te kunnen kijken, maar hoe langer ik kijk en om de boom heen loop, hoe mooier hij weer wordt.
De laatste takken worden ook op de bult gegooid en nu gaat Kees rondom de boom allemaal gaten in de grond boren die worden gevuld met diverse meststoffen, voor een extra kick die de boom nodig heeft om te herstellen.
Rond vijf uur is de klus geklaard en worden de materialen weer in de bus geladen. Daan en Kees zeggen het een geweldig mooie klus te hebben gevonden en te hebben genoten van het uitzicht vanuit de boom. Ik zeg dat ze een geweldige klus hebben geklaard en te genieten van het uitzicht naar de boom.
Een uur nadat Daan en Kees zijn vertrokken gaat het hard waaien, onweren en regenen. De wind zwiept de nu vrije takken soepel heen en weer en de regen geeft hem een frisse douche. Ik zie de Linde weer genieten en voel dat hij van plan is dit nog jaren te gaan doen.
Ik kijk nog even niét genietend naar de berg wilde takken in het gras, wat mij nog zeker vier dagen werk bezorgt om het te verzagen en te versnipperen. Maar ja, dat doe je toch met liefde voor zo’n oude blije boom.


Aad Lubbe