Verhaaltje van de maand

1. sep, 2019

 

Het ‘verhaaltje van de maand’ voor de maand juli is in rook opgegaan vanwege de drukte. Behalve het vakantiehuisje regelmatig schoonmaken als er nieuwe gasten komen en bladeren harken in de tuin, die de bomen vanwege de droogte veel te vroeg laten vallen, ben ik bezig geweest alle overbodige bezittingen voor de dag te halen, in de hand te nemen en mezelf af te vragen of ik er ooit nog iets mee ga doen. Het resultaat is dat ik nu een garage half vol met spullen heb die misschien andere mensen nog kunnen gebruiken of die ik op marktplaats kan gaan aanbieden voor een klein bedrag om het gevoel te hebben dat het niet zomaar nutteloos verdwijnt.
De meeste van die spullen heb ik tenslotte al jaren in mijn bezit/gebruik en dat gooi je niet gemakkelijk zomaar weg. Wel ben ik al drie keer naar de gemeentelijke vuilstort geweest met een auto en aanhanger vol met spullen die ook iemand anders echt niet meer aan z’n verzameling wil toevoegen. En ik moet zeggen aan het eind van deze noeste actie is er in de meeste kasten aanzienlijk veel meer ruimte ontstaan. Ook moet ik bekennen dat ik tot op heden nog geen spijt heb, of al iets mis van wat ik heb weggegooid.
De reden van deze actie is namelijk dat ik mijn huis te koop heb gezet en een veel kleiner huis heb gekocht. Wat woonoppervlakte betreft ga ik van 300 m2 naar ongeveer 100 m2, dus best een goede reden om het één en ander op te ruimen. Wat de tuin betreft ga ik van 7000m2 naar ongeveer 700m2. Maar gelukkig hoort het verplaatsen van bomen en planten niet bij de verhuizing. Ondanks de drukte rondom verhuizing, aankoop en verkoop hadden we afgelopen zondag toch nog tijd om een dagje te gaan toeren met de cabrio. Termuntenzijl, ons favoriete plekje aan de Waddenzee is het doel met daar een wandeling (etje, het was toch al gauw zo’n 30 graden en de zon brandde behoorlijk op het hoofd) over de dijk en een visje eten in de plaatselijke vis/snackbar.  
Voordat we daar echter zijn toeren we zigzag door het Drentse en Groningse landschap met een koffiepauze bij de Freaylemaborg in Slochteren, waar ik nu rustig naar toe durf te gaan. (Zie verhaaltje van de maand juli 2018; mijn nieuwe huis is namelijk voorzien van kunststof kozijnen en de goten en windveren zijn vorig jaar nog in de verf gezet.)
Daar aangekomen hebben we genoten van een heerlijk kopje expresso met daarbij appeltaart mét slagroom. Tijd om op het Grachtengeel & Mostertgoen te letten is er echter niet, daar onze aandacht volledig opgaat in het opletten voor wespengeel, dat in groten getale wil meegenieten van onze appeltaart. Na een kort bezoek gaan we dus weer snel verder en wordt het niet de relaxte pauze van vorig jaar.
Bij de Waddenzee aangekomen blijkt het hier erg druk, (veel drukker dan we hadden verwacht, hoewel we weten dat het zondag is) maar we vinden een goed parkeerplekje en als we een stukje de dijk oplopen, een rustig plekje om te zitten. De meeste mensen lopen niet verder dan nodig. Om twee uur besluiten we om een visje te gaan eten in onze favoriete vis/snackbar. Onze gedachten, als je na tweeën komt is het iets rustiger in de vis/snackbar, blijkt niet waar. Er is ook geen plekje in de schaduw te vinden en overal op de vloer ligt rommel en vertrapte stukken vis en patat. We balen hier wel een beetje van en besluiten naar het naastgelegen café te gaan. Ook hier is het druk en hebben ze alleen maar drank, met taart of een gehaktbal. Blijft over het hotel met terras aan de overkant van de straat. Hier is het heerlijk rustig, schoon en zitten we in de schaduw met zicht op de Waddenzee en een vorstelijke bediening. Vanaf nu is dit waarschijnlijk ons favoriete restaurant geworden als we met de cabrio naar Termuntenzijl gaan toeren en wordt het misschien nog wel eens een tweedaags ritje met een overnachting in dit hotel.
Na een heerlijke maaltijd van zalm met frietjes stappen we voldaan in de cabrio, na nog een half uurtje op de dijk van de zee te hebben genoten, en toeren zigzaggend door het Groningse en Drentse landschap weer naar huis, waar ik voor de verandering ook eens niet hoef te koken na zo’n heerlijke maaltijd op het terras aan zee.

Aad Lubbe 

30. jun, 2019

 

De afgelopen jaren ben ik steeds vaker bezig met het opruimen van overbodige spullen. En ik moet zeggen dat  mij dat aardig lukt. Je moet er wel voor in de mood zijn, maar er zijn van die momenten dat ik van drie dozen één weet te maken, of dat ik een kar weet vol te laden met overbodige materialen, die ik al vele jaren bewaar om er ooit nog iets moois van te willen maken en naar de gemeentelijke afvalstortplaats breng. Er is nog genoeg op te ruimen en te werken in de tuin, zoals enkele dode bomen omzagen en een kar oud ijzer wegbrengen maar ik heb alles even lekker gelaten en ben er samen met Yvonne even twee weekjes op uit getrokken met het campertje. De eerste week in de buurt van Nijmegen i.v.m. de verjaardag van de kleindochter en een bezoek aan een camping van een neef van mij die deze samen met zijn vriendin een aantal maanden geleden heeft overgenomen van haar vader die zich zelf te oud vond worden voor al dit werk. De man is rond de zeventig en ik vind dat hij groot gelijk heeft. Nadat we een rondleiding over de camping hebben gehad begrijp ik het helemaal, hier kom je niet meer uit in je ééntje als je die leeftijd hebt. Op de camping staan een aantal door gasten achter gelaten en vervallen caravans met daarom heen bergen oude tuinmeubels en vervallen voortenten. Er staan een paar houten huisjes met een onderhoudsachterstand van vele jaren en ook het snoeiwerk op het terrein vraagt een flinke aanpak. Als we in de broeikas van een paar honderd vierkante meter komen (de man heeft vroeger een tuinplantenbedrijf gerund op het perceel) blijf ik even verbaasd staan kijken van wat ik allemaal zie. Een grote stapel stalen bedden, enkele honderden oude stoelen, oude deuren, kasten vol met serviesgoed van diverse restaurants en zelfs een groot aantal kasten. Dit alles tweedehands opgekocht voor de uitbreiding van de camping en als reserve voor als er ooit iets stuk zou gaan. Verder ligt er overal materiaal op de vloer verspreid tot zelfs een bandenpers om vrachtwagenbanden te wisselen. Als de neef vertelt dat hij al maanden aan het ruimen is en dit allemaal nog weg moet, krijg ik wel een beetje medelijden met hem en z’n schoonvader maar voel me blij met het minimum aan overtollig materiaal wat ik nog heb op te ruimen.
Na een paar dagen met plezier op deze camping te hebben gestaan gaan we door naar een camping net buiten Hilvarenbeek waar we neerstrijken om een paar dagen met de fiets de omgeving te verkennen en op zaterdag te eindigen met een bruiloftsfeest van een kameraad waar we dan op de fiets naar toe kunnen gaan en een borreltje kunnen drinken.
Op één van de fietsdagen staan we bij het hek van een, zo te zien, restaurant (we zien enkele stoelen en tafeltjes en een groot bord met een reclame van een lokaal bier tegen de muur). We staan hier omdat er voor het hek een bord staat met een informatiekaart van de fietspaden. En de reden dat we voor het bord staan is, dat we een beetje verdwaald zijn op onze route. Terwijl wij dit onderzoeken (Yvonne zegt rechts en ik zeg links) komt er een vrouw op een scootmobiel aangetuft en vraagt ons vriendelijk of wij het kunnen vinden, waarop ik ja kan antwoorden omdat we er net uit zijn. Het is niet rechts en ook niet links maar we moeten gewoon rechtdoor. Als Yvonne aan de vrouw vraagt of het terras open is en of we er iets kunnen drinken, zegt ze, ‘als jullie dat willen dan kan dat.’ We vinden dit wel een beetje een apart antwoord, maar dat past ons wel en we volgen de vrouw die zich heeft voorgesteld als Berdie, het terrein op. Bij het terrasje aangekomen nodigt zij ons uit te gaan zitten en vraagt ons wat we willen drinken. Zo’n lokaal gebrouwen biertje (wat zij ons ook aanbeveelt) past ons wel en Berdie gaat met haar scootmobiel naar de keuken om de drankjes voor ons op te halen. We hebben met z’n drieën een gezellige babbel over de ontwikkeling van deze plek wat een Cultuurboerderij blijkt te zijn, die ze een beetje in een zelfde soort proces heeft opgebouwd, samen met haar man, als ik mijn stulpje in Drenthe heb opgebouwd.
Na het uitwisselen van ons verleden onder het genot van een lokaal (Beers) biertje nodigt Berdie ons uit nog even de rest van hun terrein en boerderij te bekijken.
De Cultuurboerderij verbaast ons door de sfeer die is ontstaan door de inrichting. Het is één bonte verzameling van tweedehands goederen. Tafels, stoelen, schilderijen, kannetjes, kopjes, glazen en een antieke bar. De vloer bestaat uit diverse maten en kleuren antieke plavuizen. Op onze vraag of er op de zolder nog iets is (in de hoek is een trap naar boven) zegt ze ons maar even te gaan kijken. Zijzelf kan de trap niet op. Boven gekomen blijven we weer eens even verbaasd staan kijken naar wat we allemaal zien. Een grote zolder strekt zich voor ons uit, volgepakt met stellingen en kasten waar in en op, alles wat je je maar kunt bedenken staat uitgestald. We zijn wel een half uur bezig de zolder rond te lopen om alles wat er staat een beetje oppervlakkig te bekijken. Je kunt hier als je wilt, net als in een museum wel een aantal uren dwalen en je terug verplaatsen tot in je jeugd door  herkenning van alle oude artikelen.
Als we ook de theatertuin waar het ons zeker de moeite waard lijkt om een keer een concert bij te wonen en de vakantiehuisjes zijn rond geweest, waar overal wel iets van vroeger staat, nemen we afscheid van Berdie en zijn een geweldige ervaring rijker.
Als ik die zondag thuis kom en over m’n landgoed loop, ben ik even verbaasd van wat ik allemaal niét meer zie en zeg ik tegen mezelf, ‘Goed bezig Aadje, bijna klaar met opruimen.’

Aad Lubbe

30. mei, 2019

 

Mijn broer Cor en ik waren vroeger als kind altijd samen. Volgens ons Moeder, als twee handen op één buik. We speelden samen en haalden samen kattenkwaad uit. We gingen samen op één step naar school, speelden samen cowboytje in het bos en verkochten voor een oom bosjes verse bloemen van het veld aan de deur waar we dan een dubbeltje per bos van mochten houden. Als er eens per jaar oude kranten werden verzameld voor de blinden op de lagere school, hadden wij op het boerderij erf al een schuur vol verzameld met oude kranten, zodat we wel een week bezig waren samen om die kranten met een kar naar school te slepen. Het waren er zoveel dat ons Vader wel eens bang was voor als er eens brand uit zou breken in dat schuurtje, dat vlakbij ons huis stond. We rookten samen ons eerste peukje (gevonden op straat) en werden daar allebei een beetje draaierig van.
Op latere leeftijd (10 – 16) waren ‘de broertjes Lubbe’ (Hierbij hoorde ook onze oudere broer Jan) redelijk bekend / berucht in de buurt. We hadden samen allerlei baantjes, zoals ’s avonds op de bouw (we woonden toen als eerste bewoners in een nog volledig te bouwen nieuwbouwwijk), tegels klaar zetten voor de tegelzetters, zodat die de andere morgen direct aan de gang konden. Ook balken in de carbolineum zetten, zodat die de volgende dag droog waren voor gebruik. Dit alles onder toezicht van Jan de Ruiter, de man die met al deze klusjes was belast, maar het ons gunde een paar kwartjes te verdienen. Zelf gingen we er op uit om chauffeurs te helpen met stenen lossen. Iets wat toen nog met de hand moest worden gedaan. We waren hier behoorlijk handig in. Het ging zelfs zo ver dat er vreemde chauffeurs bij ons aanbelden of hier de broertjes woonden die hielpen met stenen lossen. Toen was je verbaasd en trots dat een chauffeur met zo’n grote vrachtwagen je kwam ophalen, maar later toen ik zelf chauffeur was begreep ik het helemaal. We kregen dan van die rubberen flappen die je om je vingers kon doen zodat je handen niet te veel kapot gingen. Werkhandschoenen waren er in die tijd nog niet. En terwijl de chauffeur de ene helft van de vrachtwagen loste wisten wij als twee kordate jongetjes de andere zijde leeg te plukken. Zo’n chauffeur pakte wel tien stenen tegelijk waar we erg tegenop keken, terwijl ons maximum hooguit vier of vijf was afhankelijk van het soort steen. Straatklinkers waren het zwaarst en het liefst losten we kalkzandsteen, die waren nog lekker warm, zo uit de fabriek. Tevreden met ons kwartje gingen we dan weer huiswaarts. We werkten ook een aantal jaren op woensdagmiddag en zaterdagochtend bij een bedrijfje van buurman Hennie waar we het beheer hadden over de inpakafdeling van auto ruitensproeiers. Die moesten we volledig in elkaar zetten, in dozen pakken en als order klaar maken. Best een klus als je pas twaalf bent.
Toen we vijftien / zestien waren organiseerden we discofeestjes door een zaaltje af te huren en hier plaatjes te gaan draaien en stiekem biertjes te verkopen uit een kratje. Tien gulden entree en een biertje tien cent boven de inkoopprijs. Zo weet ik nog wel een aantal interessante dingen op te sommen.
Maar dat we nu al erkenning krijgen voor al onze daden, daarvan zijn we toch wel een beetje verbaasd.
Cuby (Harry Muskee) heeft een stambeeld voor zijn muziek, Bartje voor zijn bruine bonen en op diverse pleinen door het gehele land zie je stambeelden van grootheden, die daar veel voor hebben gedaan. De reden waarom manneke Pis in Brussel staat weet ik niet, maar dat zal hij toch ook niet zomaar hebben gekregen.
Vorige week zag ik tot mijn verbazing plots een reclame van een nieuw biertje en wat denk je, naar ons vernoemt, ‘Kordaat’ / ‘Cor Aad.’
Het staat dan wel fout geschreven maar dat kun je ze niet helemaal kwalijk nemen, het is tenslotte een grote Duitse supermarkt die ons de vernoeming doet.
En als je het gewoon uitspreekt klinkt het zoals het is bedoeld. We zijn hier dus heel blij mee en vooral omdat ook nog eens wordt benoemd ‘Bier voor Echte mannen.’   

Aad Lubbe  

1. mei, 2019

 

Het plan was deze column in mijn Blog van de maand mei te schrijven over het milieu & de natuur.
Ik had willen vertellen over de nadelen van de batterijen in elektrische auto’s.
Ik had boos willen worden over het feit dat we straks ons eigen aardgas niet meer uit de grond mogen halen en allemaal van ‘het gas’ af moeten. Over de kosten die dat met zich mee brengt die wij zelf moeten ophoesten.
Ik had het willen hebben over de mens en waarom we elkaar geen Mevrouw en Mijnheer meer mogen noemen. Ik hoor het mezelf al zeggen, ‘Goedemorgen Mens.’
Ik had het willen hebben over de files, de dure brandstof en de co2 uitstoot ervan.
Ik had het willen hebben over Staatbos en Natuurbeheer die op dit moment onze bossen zo’n beetje aan het ontbossen zijn. Volgens hen ‘het’ natuurbeleid maar onder ons gezegd, hout voor de biomassa levert toch een mooi centje op om je boekhouding op plus te houden en daardoor te streven naar een hogere functie in onze carrière maatschappij.
Ik had het willen hebben over de criminelen die het lef hebben hulpverleners, zoals ambulance personeel, verpleger mensen, brandweermensen en verkeersregel mensen lastig te vallen als hen iets niet aan staat. Ik had het willen hebben over de varkens in de te kleine hokken terwijl ik hier in de omgeving zie dat het veel beter kan door bijvoorbeeld ‘het Akkervark’.
Ik had het willen hebben over al die mensen die na de koningsmarkt in Emmen al hun waar na het verlaten van de markt gewoon achterlieten en door de gemeente reinigers moest worden opgeruimd. (waarschijnlijk zijn ze bij deze actie niet lastig gevallen).
Ook had ik het nog even willen hebben over de paasvuren zowel de Nederlandse als de Duitse en over het vuurwerk op oudejaarsavond en hun smog.
En ik had het nog wel even over een paar andere zaken willen hebben.
Ook heb ik nog wel een paar adviezen voor het paasvuur, het vuurwerk, overtollige dieren het aardgas en een paar andere onderwerpen.
Ik had wel een aantal A4tjes vol kunnen schrijven maar toen ik vanmorgen opstond om er aan te beginnen en met mijn kopje koffie in de kamer zat, die ik even lekker had opgewarmd door een paar blokjes hout op de kachel te gooien, keek ik naar buiten en zag in het licht van de opkomende zon een boer op z’n trekker in de stilte van de ochtend langzaam vooruit gaan terwijl hij bezig was aardappelen te planten. Voor hem langs renden vier Reeën die onderweg waren van het ene bos naar het andere, terwijl er midden in mijn tuin een grote haas gras zat te eten terwijl er drie kleine haasjes om hem of haar heen huppelden. Even later, toen ik aan het ontbijt zat, zag ik bij het keukenraam twee roodborstjes die ijverig heen en weer vlogen in en uit de struiken met takjes in hun bek om een nestje te gaan bouwen.
Dus eigenlijk volstaat deze maand een heel korte maar nuttige column.
‘Let allemaal een beetje op, misschien komt het dan nog goed.’  

Aad Lubbe

31. mrt, 2019

Beste Blogvrienden

Blij dat jullie er weer zijn om mijn Blogs te lezen.
Ik ben er weer om ze te schrijven.
De winter is weer voorbij, de vingers voelen weer soepel aan om op de toetsen te tikken en ik heb er weer zin in.
Laten we maar hopen dat er veel bijzondere dingen gebeuren deze zomer, dan heb ik ook veel bijzondere dingen om te vertellen en jullie mee te laten genieten of de rillingen over de rug te laten lopen. De eerste Blog is al een goed voorbeeld van rillen voor mij en genieten voor jullie.

Groetjes Aad

 

Maart roert de staart

 

Na een aantal weken lekker op een zonnig eiland zijn we weer terug in Nederland. Het is 10 maart en je weet dat je in ons kikkerlandje op 10 maart meestal niet in de korte broek buiten kunt lopen, tenminste als je niet binnen enkele uren in het hospitaal wilt belanden vanwege onderkoeling. Het is net voor middernacht als we aankomen op Schiphol en de eerste honderdtwintig  kilometer richting huis, zeg maar tot Zwolle, is het droog. Vanaf hier moeten de ruitenwissers aan omdat het gaat regenen. Het is 17 maart voordat het weer een uurtje droog is en je even naar buiten kunt gaan zonder regenkleding of paraplu. Het is een week van de kachel stoken om het vocht buiten de deur te houden en van dagdromen over de fijne tijd op het tropisch eiland waar we waren en meestal de zon schijnt, de temperatuur rond de twintig graden is en als er een beetje regen valt, dat net zo snel weer verdampt als dat het valt. Maart is ook altijd de maand waarin ik mijn jaarlijkse dingen regel zoals, tandarts, trombosedienst en boekhouder. De tandarts vindt na een grondige controle geen gaatjes in mijn gebit en een uitgevallen stukje vulling repareert ze direct zodat ik niet terug hoef te komen voor volgend jaar. Bij de trombosedienst besluiten ze dat ik daar voortaan maar één keer per jaar hoef te verschijnen voor controle, dus het zonnetje begint weer een beetje te schijnen. In de laatste week van maart echter begint de cv ketel kuren te vertonen door borrelende geluiden en waarschuwings- lampjes. Mijn kennis van cv ketels gaat tegenwoordig niet veel verder dan het controleren van de metertjes maar die staan allemaal goed.  Twee dagen later heb ik bij het scheren ’s morgens plotseling geen warm water meer.
Na het scheren (met koud water) en het ontbijt staat er een man van het waterleiding bedrijf voor de deur om, zoals afgesproken, een nieuwe meter te plaatsen. Nadat de man is vertrokken ga ik het luik van de waterput, wat uit diverse onderdelen bestaat, sluiten. Eén van de delen echter valt mij uit de handen en belandt precies op de afstuitkraan achter de meter en breekt spontaan af waardoor een fikse bui water tot aan het plafond de keuken in spuit. Volledig gekleed duik ik de put in om zo snel mogelijk de hoofdkraan dicht te draaien voordat de put vol water stroomt en ik onder water moet gaan zoeken naar de kraan. Totaal doorweekt van deze maartse bui kruip ik weer uit de put nadat het mij gelukt is de kraan te sluiten. Nu is er dus helemaal geen water meer, niet warm en niet koud. De bui wordt nog erger en gaat zelfs op een maartse onweersbui lijken wanneer ik het installatiebedrijf ga bellen, waar ik vaste klant ben, om hen om hulp te vragen. De man aan de telefoon vertelt mij echter doodleuk op dit moment geen mensen te hebben om mij te helpen. Dat wordt maandag, hoe graag hij mij ook zou helpen (Ha Ha), het is nu vrijdagochtend 9.00 uur. Daar sta ik dan met alleen een paar flessen bronwater in de kast en een emmer half vol water in de douche, die daar staat om het water van een lekkende kraan op te vangen en in de tuin te gooien zodat er niet onnodig schoon water in het riool verdwijnt. Na wat rond bellen is er een bedrijf wat mij beloofd na zijn klussen van die dag te komen helpen, hoe laat dit ook gaat worden. Voor donker zou ik weer water hebben. Het is die dag een mooie dag en met de lunch kan ik zelfs buiten zitten. Als rond een uur of vier de monteur van het bedrijf voor de deur staat is het euvel binnen korte tijd opgelost. Nadat hij ook nog even naar de cv ketel heeft gekeken en geconstateerd dat de drukmeter stuk is gaat de maartse temperatuur ineens weer stijgen. Tot zelfs boven de twintig graden zal ik maar zeggen. Zo zie je maar, je weet het nooit. Maart roert de staart.

Ps. En je begrijpt wel dat ik een nieuw installatiebedrijf heb voor m’n onderhoudsklussen.

Aad Lubbe